BEGRIPPENLIJST

Onderstaande begrippenlijst is ter beschikking gesteld door:

TodaysBrokers:
Commissionairs in effecten
Todays Beheer


Aandeel terug

Een aandeel is een bewijs van deelneming in het eigen vermogen van een onderneming. Een aandeelhouder is daardoor mede-eigenaar van de onderneming voor het percentage aandelen dat hij bezit. In ruil daarvoor heeft de aandeelhouder recht op een deel van de winst, het zogeheten dividend. Aan een aandeel is gewoonlijk stemrecht verbonden dat tijdens de (verplichte) Algemene Vergadering van Aandeelhouderskan worden uitgeoefend. Door uitgifte van aandelen kan een onderneming risicodragend kapitaal aantrekken dat kan worden gebruikt om te investeren in uitbreiding, vernieuwing, overnames et cetera. Het met de uitgifte van aandelen aangetrokken kapitaal wordt beschouwd als eigen vermogen. De waarde of koers van een aandeel wordt bepaald door diverse factoren zoals vraag en aanbod (bij beursgenoteerde aandelen), en nationale en internationale economische en bedrijfsmatige ontwikkelingen. In Nederland, België en Frankrijk worden de aandelen van beursgenoteerde ondernemingen verhandeld op de effectenbeurs van Euronext.

Aandeel aan toonder terug

Een aandeel waarop de naam van de eigenaar niet staat vermeld. Vrijwel alle aandelen zijn tegenwoordig aan toonder.

Aandeelhouder

Een eigenaar van aandelen en daardoor mede-eigenaar van de uitgevende onderneming. Door het aan een aandeel verbonden stemrecht kan een aandeelhouder invloed uitoefenen tijdens de (verplichte) Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Aandeel op naam

Een aandeel waarop de naam van de eigenaar staat vermeld. Deze gegevens worden bijgehouden in een centraal register. Dit type aandeel komt tegenwoordig bijna niet meer voor.

Aandelenfuture

Een futurescontract met als onderliggende waarde een pakket van 100 aandelen. Voorbeelden van op Euronext genoteerde en verhandelde aandelenfutures zijn het contract FING (future op aandelen ING) en FRD (future op aandelen Koninklijke Olie).


Aandelen lease

Het kopen van aandelen met geleend geld. Voor sommige beleggers is het aantrekkelijk dat de rente die betaald moet worden over het geleende bedrag voor de belasting mag worden afgetrokken, terwijl de eventuele koerswinst belastingvrij is.


Aandelenoptie

Een verhandelbaar recht tot het kopen of verkopen van een pakket aandelen tegen een vooraf vastgestelde prijs tot een bepaald moment in de toekomst.


Aandelensplitsing

Het verlagen van de nominale waarde van een aandeel door splitsing in meerdere gelijke delen. Door splitsing van een aandeel kan de verhandelbaarheid toenemen.


Aanlappen

Beursterm voor verkopen.


Aanwijzing

Het aanwijzen van een optiebelegger met een short positie om de verplichtingen op grond van diens contract na te komen. De schrijver wordt dus verplicht de onderliggende waarde te leveren (bij een calloptie) respectievelijk af te nemen (bij een putoptie) tegen de uitoefenprijs.


Aardappelopties

Een recht tot kopen of verkopen van een termijncontract op aardappelen (bintjes) tegen een vooraf vastgestelde prijs. Aardappelopties worden onder meer verhandeld op de agrarische termijnmarkt van Euronext.


Aardappeltermijncontract

Een termijncontract met een onderliggende waarde van 25.000 kilogram aardappelen dat wordt verhandeld op de agrarische termijnmarkt van Euronext.


Achtergestelde obligatie

Een achtergestelde obligatie geeft bij het faillissement van de uitgevende onderneming pas recht op aanspraak op een uitkering uit de boedel als alle andere schuldeisers al zijn gecompenseerd. Achtergestelde obligaties hebben daardoor een iets hoger risico dan ‘gewone’ obligaties.


Actieve fondsen

De benaming voor de meest verhandelde fondsen op een beurs. Voorbeelden van actieve fondsen op de effectenbeurs van Euronext zijn France Telecom, Koninklijke Olie en ABN AMRO.


Adjustment of terms

Het wijzigen van de uitoefenprijs en/of de handelseenheid van een optie door een aandelensplitsing, uitkering van een stockdividend enzovoort.


Advieskoers

Een koers die alleen geldt als indicatie van het verwachte koersverloop, zonder dat daarop orders kunnen worden uitgevoerd. Advieskoersen worden uitsluitend afgegeven voordat de handel begint of tijdens een handelsonderbreking.


AEX-index

De door Euronext berekende en onderhouden graadmeter van de lokale Nederlandse effectenmarkt. De AEX-index is een gewogen index die is gebaseerd op de koersen van de 25 meest verhandelde, in Nederland genoteerde ondernemingen op de effectenbeurs van Euronext. Onder andere de effectieve aandelenomzet in het voorgaande jaar is bepalend of een fonds wordt opgenomen in de AEX-index. De weging van elk fonds in de index is mede afhankelijk van de marktkapitalisatie van de vrij verhandelbare aandelen, maar kan nooit meer bedragen dan 10%. Jaarlijks wordt de AEX-index op de eerste handelsdag in maart herwogen. Op de AEX-index worden opties en futures verhandeld.


Afbrokkelend

Beursterm voor licht dalende koersen.


Afdekken

Een belegger kan het mogelijke risico van een bepaalde effectenpositie verminderen door een tegengestelde positie aan te gaan, de bestaande positie wordt daardoor afgedekt. Een mogelijke koersdaling van een aandelenportefeuille kan men bijvoorbeeld opvangen door een putoptie te kopen. Het afdekken van een positierisico wordt ook wel ‘hedging’ genoemd.


Affaire

Beursterm voor een effectentransactie.


Afloopdatum

De datum waarop een optie of een future ophoudt te bestaan ofwel expireert. De afloopdatum wordt ook wel expiratiedatum genoemd. Bij opties is de afloopdatum altijd de derde vrijdag van de afloopmaand, tenzij dat geen handelsdag is.


Afloopmaand

De maand waarin een optie of een future ophoudt te bestaan of wel expireert. De verschillende afloop- of expiratiemaanden vormen tezamen een cyclus.


Aflosbaarstelling

Bij het bereiken van de aflossingsdatum wordt een obligatie aflosbaar of betaalbaar gesteld. De belegger ontvangt dan de nominale waarde van de obligatie terug.


Afrekenkoers

De koers van de onderliggende waarde waarop opties en futures op expiratiedag worden afgerekend. Bij opties en futures op de AEX-index bijvoorbeeld is deze koers het gemiddelde van de 31 noteringen die op de laatste handelsdag elke hele minuut van 15.30 tot en met 16.00 uur tot stand komen. Deze afrekenkoers wordt vastgesteld door Euronext Amsterdam en geldt uitsluitend voor cash settlement producten.


Afstempelen

Het verlagen van de nominale waarde van een aandeel of een obligatie door de uitgevende instelling. Dit gebeurt vrijwel uitsluitend als de uitgevende instelling in financiële moeilijkheden verkeert. Afstempelen wordt ook wel redenominatie genoemd.


Afwikkelingsmaand

De laatste maand waarin een agrarisch termijncontract kan worden verhandeld, vergelijkbaar met de afloop- of expiratiemaand van opties.


Agio

De meerwaarde ten opzichte van de nominale waarde van een aandeel of een obligatie. Als de nominale waarde € 50 is en de actuele koers bedraagt € 55 dan is het agio dus € 5.


Agiobonus

Een bonusuitkering aan de aandeelhouders in de vorm van aandelen uit de agioreserve van de onderneming.


Agioreserve

Een financiële reserve die is ontstaan door uitgifte van aandelen boven de nominale waarde. Een agioreserve kan door een onderneming worden gebruikt voor uitkeringen aan aandeelhouders, de zogeheten agiobonus.


Algemene Vergadering van Aandeelhouders

Beursgenoteerde ondernemingen hebben onder meer de verplichting minstens eenmaal per jaar een Algemene Vergadering van Aandeelhouders te beleggen. Aandeelhouders kunnen door het aan hun aandelenbezit verbonden stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders een zekere mate van invloed uitoefenen.


All or none order

Engelse term voor alles of niets order. Dit is een order die of in zijn geheel of helemaal niet moet worden uitgevoerd. De order vervalt in zijn geheel als deze slechts gedeeltelijk zou kunnen worden uitgevoerd.


Amerikaanse stijl

Er zijn Amerikaanse en Europese stijl-opties. Het verschil tussen beide optiestijlen is het moment van uitoefenen. Het koop- of verkooprecht van een optie Amerikaanse stijl kan gedurende de gehele looptijd worden uitgeoefend door de houder van de optie, een Europese stijl-optie daarentegen kan uitsluitend aan het einde van de looptijd worden uitgeoefend. Gedurende de looptijd kunnen zowel de koper als de verkoper van een Amerikaanse stijl-optie hun positie sluiten door het doen van een tegengestelde transactie (koop tegen verkoop en verkoop tegenover koop).


Amsterdam All-Share index

Door Euronext berekende en onderhouden index die betrekking heeft op alle in Nederland genoteerde aandelen die worden verhandeld op de effectenbeurs van Euronext. De Amsterdam All-Share index (AAX) is onderverdeeld in meerdere economische sectoren. De Amsterdam All-Share index en de diverse deelindices geven een zeer getrouw beeld van de prestaties van de gehele Nederlandse effectenmarkt en diverse deelsectoren. De AAX is een zogeheten benchmarkindex.


Amsterdam Financials Sector index

Door Euronext berekende en onderhouden gewogen index die betrekking heeft op de koersen van vijf ondernemingen die representatief zijn voor de Nederlandse financiële sector. Op de AFSX-index worden opties en futures verhandeld.


Amsterdam Informatie Technologie Sector index

Door Euronext berekende en onderhouden gewogen index die betrekking heeft op de koersen van vijf ondernemingen die representatief zijn voor de Nederlandse IT-sector. Op de AISX-index worden opties en futures verhandeld.


Amsterdam Midkap-index

Door Euronext berekende en onderhouden beursgraadmeter van het middensegment van de Nederlandse aandelenmarkt. De Amsterdam Midkapindex (AMX) is een gewogen index die is gebaseerd op de koersen van de 25 meest verhandelde middelgrote, in Nederland genoteerde ondernemingen op de effectenbeurs van Euronext. Onder andere de effectieve aandelenomzet in het voorgaande jaar is bepalend of een fonds wordt opgenomen in de AMX-index. De weging van elk fonds in de index is mede afhankelijk van de marktkapitalisatie van de vrij verhandelbare aandelen, maar kan nooit meer bedragen dan 10%. Jaarlijks wordt de AMX-index op de eerste handelsdag in maart herwogen. Op de AMX-index worden opties en futures verhandeld.

Arbitrage

Het gebruik maken van en handelen op prijsverschillen van een bepaald product op verschillende markten. Op een bepaalde beurs kan een effect iets duurder of goedkoper zijn dan op een andere beurs. Het hierdoor ontstane verschil kan door een arbitrageant tot eigen voordeel worden gebruikt. Dit soort prijsverschillen zijn mede door het nivellerend effect van arbitrage slechts van korte duur.


Arbitrageant

Een belegger die gebruik maakt van prijsverschillen van een bepaald product op verschillende markten.


As, if and when issued

De niet gereguleerde handel buiten de beurs in aangekondigde maar nog niet uitgegeven effecten, dit wordt ook wel ‘grijze handel’ genoemd. Als de uitgifte niet doorgaat dan worden deze transacties als niet gedaan beschouwd. De grijze handel betreft tegenwoordig vooral warrants en obligaties. As, if and when issued transacties worden gedaan tussen toegelaten instellingen onderling en verlopen niet via de markten van Euronext en worden ook niet via Clearing & Depository afgewikkeld.


Ask

Vraagprijs of laatprijs. De prijs die door de ‘markt’ wordt gevraagd -‘gelaten’- voor de verkoop van een bepaald effect.


Assignment

Engelse term voor aanwijzing of benoeming. De schrijver van een optie kan worden aangewezen om aan zijn verplichting te voldoen, dus het afnemen of leveren van de onderliggende waarde. Market Makers op de optiebeurs van Euronext Amsterdam hebben een zogeheten assignment in één of meerdere fondsen. Een assigned Market Maker heeft de plicht om in die fondsen een tweezijdige markt te onderhouden en om tegen die prijzen een bepaald minimum aantal contracten te handelen. Een assigned Market Maker heeft een grotere positielimiet als een non-assigned Market Maker en ook liggen zijn transactiekosten lager.


At-the-money optie

Een optie is at-the-money als de uitoefenprijs (vrijwel) gelijk is aan de actuele koers van de onderliggende waarde. At-the-money series worden gewoonlijk het meest actief verhandeld.


Autoriteit Financiële Markten

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is door de Minister van Financiën belast met het houden van toezicht op de financiële markten in Nederland. Elke in Nederland gevestigde toegelaten instelling van Euronext moet in het bezit te zijn van een door de AFM afgegeven vergunning. Het zonder vergunning aanbieden van diensten in de effectensector is strafbaar.


Avondhandel

Na het slot van de handel in Amsterdam kan in enkele hoofdfondsen (onder andere Koninklijke Olie, Philips, Akzo, Unilever) telefonisch worden doorgehandeld tot het slot van de New York Stock Exchange. Het gaat hierbij om Nederlandse fondsen die ook op de New York Stock Exchange zijn genoteerd. Avondhandel wordt niet door Euronext gefaciliteerd.

NAAR BOVENterug naar boven


Baisse (à la)

Beursterm voor een periode van dalende beurskoersen.


Baissepositie

Nederlandse term voor shortpositie.


Baissier


Een belegger die een baisse- of shortpositie inneemt. Een baissier verwacht een dalende trend.

Basispunt


De kleinste verandering bij de notering van een obligatierendement. Eén basispunt is 0,01%. Als het rendement van een obligatie bijvoorbeeld van 7,25% naar 7,30% stijgt, dan neemt het toe met 5 basispunten.

Basket


Engels voor mand(je). Een pakket aandelen (of een veelvoud daarvan) volgens de samenstelling van bijvoorbeeld de AEX-index of FTSE €Stars-index.

Bear


Letterlijk: beer. Engelse term voor een belegger die uitgaat van een negatief beurssentiment.

Bearish

Engelse term voor een negatief beurssentiment. Vergelijkbaar met de term à la baisse.


Bear Market

Engelse term voor een markt waarin de koersen over een breed front dalen.


Bear Ralley

Engelse term voor een periode waarin de aandelenmarkt of een enkel fonds sterk dalen.


Bear-spread

Een optiestrategie waarmee wordt ingespeeld op dalende koersen. Een bear-spread bestaat bijvoorbeeld uit een geschreven putoptie en een gekochte putoptie met een hogere uitoefenprijs.


Bel-20

Door Euronext onderhouden en berekende beursgraadmeter van de lokale Belgische effectenmarkt. De Bel-20 is een gewogen index die is gebaseerd op de koersen van de 20 meest verhandelde Belgische ondernemingen die staan genoteerd op de effectenbeurs van Euronext. De effectieve aandelenomzet is bepalend of een fonds wordt opgenomen in de Bel-20. Jaarlijks wordt de Bel-20 herwogen. Op de Bel-20 worden opties en futures verhandeld.


Beleggingsfonds terug


Een collectief beheerd vermogen van verschillende deelnemers dat wordt belegd in effecten. Voorbeelden van op de effectenbeurs van Euronext genoteerde beleggingsfondsen zijn Robeco (aandelen) en Wereldhave (vastgoed). Er bestaan open end- en closed endbeleggingsfondsen.

Benchmark terug


Engelse term voor ijkpunt. Een index kan worden gebruikt als een benchmark of als ijkpunt. De index wordt dan gebruikt om de prestaties van andere indices of fondsen mee te vergelijken.


Beschermingsconstructie

Door het toepassen van één of meerdere beschermingsconstructies kunnen beursgenoteerde ondernemingen zich weren tegen ongewenste overnames door andere bedrijven. Dit kan bijvoorbeeld door uitgifte van preferente aandelen of prioriteitsaandelen, beperking van stemrecht en certificering van aandelen. Beschermingsconstructies kunnen de vrije verhandelbaarheid van een aandeel beperken en zijn dus niet altijd in het belang van de belegger. Door Euronext worden maximaal twee beschermingsconstructies toegestaan.


Bestens order

Een order om effecten te kopen of te verkopen zonder limiet, dus zonder maximumprijs voor een kooporder of zonder minimumprijs voor een verkooporder. Een bestens order wordt ook wel marktorder genoemd. Een bestens order kan altijd worden uitgevoerd.


Bèta

De bèta van een aandeel is de mate waarin de koers van dat aandeel beweegt ten opzichte van bijvoorbeeld de AEX-index. Een bèta van bijvoorbeeld 0,75 betekent dat een stijging van de AEX-index met 1% in een bepaalde periode gepaard gaat met een stijging van 0,75% van de koers van dat aandeel.


Beter

Beursterm voor licht hogere koersen.


Beurs

Een centrale, gereguleerde handelsplaats voor effecten zoals aandelen, obligaties, opties, financiële futures, agrarische termijncontracten, commodities, trackers en warrants. Euronext is de organisator van de marktplaats, de beurs, in Nederland, België en Frankrijk waar vraag en aanbod voor dergelijke effecten of vermogenstitels samenkomen. Een beurs wordt gebruikt voor het aantrekken van risicodragend kapitaal door uitgifte van aandelen en obligaties (primaire markt) en de doorlopende verhandeling ervan (secundaire markt).


Beurserkenning

Een vergunning die wordt afgegeven door de Minister van Financiën. Zonder beurserkenning is het in Nederland niet toegestaan om een effecten- of optiebeurs te organiseren en te onderhouden.


Beursplein 5

De effecten- en optiemarkten van Euronext Amsterdam zijn gevestigd in een monumentaal pand aan het Beursplein in Amsterdam. Dit pand werd betrokken in 1913 en is van de hand van de architect Jos Cuypers.


Beurswaarde

De beurswaarde van een genoteerd fonds wordt berekend door het aantal uitstaande aandelen te vermenigvuldigen met de actuele beurskoers. Beurswaarde is hetzelfde als marktkapitalisatie.


Bevoorschotting

Een krediet dat door een bank wordt verstrekt ten behoeve van een handelstransactie. Meestal gebeurt dat op basis van onderpand van de goederen die met het krediet worden gefinancierd. Ook wordt wel de vordering op de afnemer van de goederen als onderpand gegeven.


Bewaarloon

De vergoeding die een bank aan haar klanten berekent voor het in bewaring houden en administreren van effecten.


Beweeglijkheid

De mate waarin de koers van een effect verandert, ‘beweegt’. Beweeglijkheid wordt ook wel aangeduid met de Engelse term volatility. De mate van beweeglijkheid kan iets zeggen over het risico van een belegging. Beweeglijkheid is ook één van de factoren die een rol spelen bij de bepaling van de prijs van een optie.


Bid

Biedprijs. De prijs die door de ‘markt’ wordt geboden voor de aankoop van een bepaald effect.


Bieden

Het afgeven van prijzen waartegen men effecten wil kopen. Bieden is het tegenovergestelde van laten.


Biedprijs

De prijs die de ‘markt’ wil betalen voor de aankoop van een bepaald effect.

Biggentermijncontract

Een termijncontract met een onderliggende waarde van 100 biggen dat wordt verhandeld op de agrarische termijnmarkt van Euronext.

Big Mac-Index

Het Engelse weekblad the Economist houdt sinds 1986 deze index bij om de waarde van internationale valuta' s te meten. De index vergelijkt de prijs van een Big Mac van McDonald' s in Amerika met de prijs van zo'n hamburger in andere landen.

Black Monday

Bijnaam voor maandag 19 oktober 1987, de dag van een krach op Wall Street . De Dow Jones Dow Jones-index daalde met 508 punten ofwel ruim 20%.

Black Tuesday

Bijnaam voor dinsdag 29 oktober 1929, de dag van de eerste echte krach op Wall Street . De Dow Jones Dow Jones-index daalde met 11,73%.

Black & Scholes formule

Een door de Amerikaanse economen Fischer Black en Myron Scholes ontwikkelde wiskundige formule om de theoretische waarde van een Europese stijl-optie te berekenen. In 1997 ontving Myron Scholes samen met Robert Merton de Nobelprijs voor economie voor hun theorieën over waarderingsmodellen voor derivaten.

Bloedvast

Beursterm voor scherp stijgende koersen.

Blue Chip

Engelse term voor een topaandeel of hoofdfonds. Voorbeelden van Nederlandse blue chips zijn onder andere Koninklijke Olie, Philips, ABN AMRO en Ahold.

Bobl

Engelse afkorting die wordt gebruikt voor Bundesobligationen, Duitse staatsobligaties met een looptijd van vijf jaar. Dit contract heeft een onderliggende waarde van 100,000 euro. De Bobl future heeft een waarde van 10 euro per basispunt (0,01 punt). Bij een koersverandering van 112,09 naar 113,09 verdient u 1000 euro, als u het contract gekocht heeft en verliest u 1000 euro, als u het contract verkocht had.

Boiler Room

Amerikaanse term voor een niet geregistreerde en illegale effectenfirma. Tegenwoordig ook veel gebruikt om organisaties aan te duiden die telefonisch agressief effecten van twijfelachtige kwaliteit proberen te verkopen

Bond

Engelse term voor obligatie

Bond rating

Activiteit van Amerikaanse bedrijven zoals Standard & Poor' s en Moody's , die doorlopend de kwaliteit van obligaties beoordelen en daar een soort keurmerk voor hebben ontwikkeld. Zo zijn AAA -obligaties ofwel Triple A -obligaties stukken van de hoogste kwaliteit.

Bonusaandeel

Een dividenduitkering in aandelen uit de reserves van de onderneming in plaats van contant geld.

Bookbuilding

Een methode om de uitgifteprijs van een nieuw te noteren aandeel of obligatie te bepalen. Binnen een vooraf vastgestelde bandbreedte kan door beleggers op de uit te geven aandelen of obligaties worden ingeschreven. Hierbij kan de belegger zelf de prijs en het gewenste aantal aandelen en obligaties aangeven. Op grond van de omvang van de orders bij elk prijsniveau wordt de uiteindelijke uitgifteprijs vastgesteld.

Bull

Letterlijk: stier. Engelse term voor een belegger die uitgaat van een positief beurssentiment.

Bullish

Engelse term voor een positief beurssentiment. Vergelijkbaar met de term à la hausse.

Bull Market

Engelse term voor een positief gestemde markt waarin de koersen over een breed front stijgen.

Bull Run

Engelse term voor een periode waarin de aandelenmarkt of een enkel fonds snel stijgen.

Bulletlening

Een obligatielening die aan het einde van de looptijd in één keer wordt afgelost.

Bund / Bond future

De afgeleide van een tienjarige Duitse staatsobligatie lening met een 6% coupon. Het is een leveringscontract; aan het einde van de looptijd kunt u, als u de future kocht, obligaties geleverd krijgen. Dit contract heeft een onderliggende waarde van 100,000 euro. De future heeft een waarde van 10 euro per basispunt (0,01 punt). Bij een koersverandering van 112,09 naar 113,09 verdient u 1000 euro, als u het contract gekocht heeft en verliest u 1000 euro, als u het contract verkocht had.

Butterflyspread

Een combinatieorder bij opties die is gericht op een beperkte beweging van de koers. Bijvoorbeeld de aankoop van een straddle waarbij de investering en de maximale winst worden beperkt door het gelijktijdig schrijven van zowel een putoptie met een lagere uitoefenprijs, als een calloptie met een hogere uitoefenprijs. Ook andere optiecombinaties met een vergelijkbaar resultaat worden aangeduid als een butterflyspread.

NAAR BOVENterug naar boven

CAC40

Door Euronext onderhouden en berekende beursgraadmeter van de lokale Franse effectenmarkt. De CAC40 is een gewogen index die is gebaseerd op de koersen van de 40 meest verhandelde Franse ondernemingen die staan genoteerd op de effectenbeurs van Euronext. De effectieve aandelenomzet is bepalend of een fonds wordt opgenomen in de CAC40. Jaarlijks wordt de CAC40 herwogen. Op de CAC40 worden opties en futures verhandeld.CAC is een afkorting van Cotation Assistée Continue.

Calloptie

Een verhandelbaar recht om op een bepaald moment in de toekomst een afgesproken hoeveelheid onderliggende waarde te kopen tegen een vooraf afgesproken prijs.

Call/Put ratio

De verhouding tussen het aantal verhandelde call- en putopties. De call/put ratio kan een aanwijzing geven van de korte termijnverwachting van optiebeleggers. De call/put ratio op een bepaalde dag is bijvoorbeeld 1.56, dit betekent dat er ruim 50% meer callopties dan putopties zijn verhandeld. Een call/put ratio groter dan 1 duidt veelal op een positieve stemming onder beleggers.

Candlesticks

Een in 1600 in Japan ontwikkelde technische methode om de prijs van rijst te analyseren. Deze techniek geeft de openingsprijs, de sluiting en het hoogste en laagste punt van een product over een bepaalde periode weer. Elke Candle geeft een bepaald patroon aan.

Cash dividend

Een dividenduitkering in geld. Dividenduitkering kan ook gebeuren in de vorm van aandelen, in dat geval spreken we van een stock dividend.

Cash settlement

De afwikkeling van een derivatenpositie tegen geld in plaats van tegen levering van de onderliggende waarde. Cash settlement wordt ook wel contante verrekening genoemd.

Certificaat

Een verhandelbaar waardepapier dat een (gedeelte van een) aandeel in een uitgevende instelling vertegenwoordigt. Certificaten worden uitgegeven door een aan de uitgevende instelling verbonden administratiekantoor. Certificaten kennen geen stemrecht en kunnen daardoor worden gebruikt als beschermingsconstructie tegen bijvoorbeeld ongewenste overnames.

CF-Stuk

Een effect zonder dividend- of couponblad. Eventueel dividend wordt door het Centrum voor Fondsenadministratie uitbetaald aan banken en commissionairs. Deze op hun beurt zorgen voor de uitbetaling van het dividend aan de aandeelhouders. Door deze centrale afwikkeling hoeft de aandeelhouder geen coupons te knippen.

Chart

Engelse term voor koersgrafiek. Charts worden onder andere gebruikt bij de technische analyse van de effectenmarkt of van een individueel fonds.

Chicago Mercantile Exchange

Grote goederen- en grondstoffenbeurs in Chicago, opgericht in 1974. Vroeger werden er vooral termijncontracten voor varkens en ander vee verhandeld. Tegenwoordig belangrijke beurs voor opties, financiële futures en aandelenindexfutures. Afkorting: CME .

Claim

Een verhandelbaar recht voor bestaande aandeelhouders bij uitgifte van nieuwe aandelen. Houders van een claim of voorkeursrecht hebben voorrang bij de toewijzing van de nieuwe aandelen.

Clearing

Het administratief en financieel afwikkelen en garanderen van effectentransacties. Door clearing van transacties wordt het tegenpartijrisico voor de belegger maximaal gereduceerd.

Clearing & Depository

Een onderdeel van Euronext Amsterdam waar de afwikkeling en garantie plaatsvinden van transacties die zijn gedaan op de beurzen van Euronext. Ook de bewaarneming van effecten is een taak van Euronext Amsterdam Clearing & Depository. Dit wordt gedaan door de bedrijfsonderdelen Necigef en NIEC. Euronext Amsterdam Clearing & Depository zal binnen Euronext worden geïntegreerd in Clearnet.

Clearing member

Een clearing member verricht de administratieve en financiële afwikkeling van transacties die door toegelaten instellingen zijn gedaan op de markten.

Client-cut-off-time

Het laatste tijdstip waarop een cliënt aan zijn bank of commissionair een opdracht tot uitoefenen van een optiecontract kan doorgeven.

Cliëntenovereenkomst

Een verplicht contract tussen een optie- en/of futurebelegger en een bank of commissionair. Door ondertekening van een cliëntenovereenkomst verklaart de belegger onder andere bekend te zijn met de mogelijke risico’s van het handelen in opties, futures en/of agrarische termijncontracten.

Closed end

Een closed endbeleggingsfonds bestaat uit een vaste hoeveelheid aandelen. De koers van het aandeel is geheel onderworpen aan vraag en aanbod, de fondsbeheerder kan niet tot inkoop besluiten als er een groot aanbod van stukken is, of overgaan tot uitgifte van nieuwe stukken als er veel vraag naar is.

Closing buy

Engelse term voor een sluitingskoop.

Closing sell

Engelse term voor een sluitingsverkoop.

Combinatieorder

Het gelijktijdig plaatsen van een order in opties in verschillende series met dezelfde onderliggende waarde. Het doel van een combinatieorder is het inspelen op een specifieke koersbeweging. Spreads, straddles en strangles zijn enkele voorbeelden van combinatieorders.

Commissaris voor de Notering

Een medewerker van de effectenbeurs van Euronext Amsterdam die is belast met het toezicht op de handel in aandelen en obligaties. De Commissaris voor de Notering kan in bepaalde gevallen besluiten de handel in een aandelen- of obligatiefonds stil te leggen of de inmiddels gedane transacties door te halen. Ook kan de Commissaris voor de Notering een handelsonderbreking afkondigen in een bepaald fonds, bijvoorbeeld als er een belangrijk bericht wordt verwacht. De Commissaris voor de Notering bewaakt de integriteit van de aandelen- en obligatiemarkt.

Commissionair

Een toegelaten instelling die uitsluitend voor rekening en risico van derden (bijvoorbeeld particuliere beleggers) in effecten handelt.

Commodities

Engelse term voor (bulk)goederen. Termijncontracten en opties op commodities worden onder andere verhandeld op de optiebeurs van Euronext.

Commodity Market

De markt voor agrarische termijnproducten van Euronext. De agrarische termijnmarkt is onderdeel van de Commodity Market, die weer een onderdeel is van de optiebeurs van Euronext. Op de commodity markt van Euronext kan worden gehandeld in termijncontracten op aardappelen, biggen, levende slachtvarkens, eieren, koolzaad, maalbare tarwe, wijn en maïs en opties op termijncontracten varkens en aardappelen.

Compenseren

Het ongedaan maken van een verplichting op de agrarische termijnmarkt van Euronext door het afsluiten van een tegengestelde transactie. Compenseren is een andere benaming voor een sluitingsverkoop.

Consortium

Een tijdelijk samenwerkingsverband van twee of meer handelsbanken bij een introductie of een vervolgemissie. Een van de deelnemende consortiumleden treedt op als consortiumleider of lead-manager. Een consortium wordt ook wel een syndicaat genoemd.

Contant dividend

Een dividenduitkering in de vorm van geld. Contant dividend wordt ook wel cash dividend genoemd.

Contante verrekening

De verrekening van een derivatenpositie door geld in plaats van levering van de onderliggende waarde. Contante verrekening wordt ook wel cash settlement genoemd.

Contractgrootte

De hoeveelheid onderliggende waarde waarop een optie- of futurecontract betrekking heeft. Aandelenopties hebben doorgaans betrekking op 100 aandelen, valutaopties op € 10.000,– of U$ 10.000,–.

Contractspecificaties

De voorwaarden van een contract. De contractspecificaties van een optiecontract zijn gestandaardiseerd voor de afloopmaand, de uitoefenprijs en de onderliggende waarde.

Conversie

Effectenbeurs: de omwisseling van (converteerbare) obligaties in aandelen. Optiebeurs: een strategie die een relatief beperkte winst genereert zonder enig risico. Een conversie wordt opgezet door het kopen van stukken, het kopen van een putoptie en het verkopen van een calloptie in hetzelfde fonds. De looptijd en uitoefenprijs van de call- en de putoptie moeten gelijk zijn. In de praktijk is het opzetten van een conversie onhaalbaar voor de particuliere belegger, het is een typische Market Maker transactie. Wanneer kopen en verkopen worden omgekeerd spreekt men van een reversal.

Conversiekoers

De koers waartegen converteerbare obligaties kunnen worden omgewisseld.

Converteerbare obligatie

Een obligatielening die onder bepaalde voorwaarden, op een bepaalde datum kan worden ingewisseld in een ander soort effecten, meestal aandelen van de uitgevende instelling,wordt ook wel convertible bond genoemd.

Convertible bond terug

Een obligatielening die onder bepaalde voorwaarden, op een bepaalde datum kan worden ingewisseld in een ander soort effecten, meestal aandelen van de uitgevende instelling. Wordt ook wel converteerbare obligatie genoemd.

Correctie

Als na een periode van (sterke) stijging de beurskoersen terugvallen spreekt men wel van een correctie.

Coupon

Het genummerde en gedateerde deel van een effect waarop tegen inwisseling bij een obligatie rente of bij een aandeel dividend wordt uitbetaald. De coupon wordt ook wel het dividendbewijs of rentebewijs genoemd.

Couponblad

Het deel van een effect waarop zich een aantal coupons bevindt. Het couponblad wordt ook wel dividendblad (bij aandelen) of rentebewijs (bij obligaties) genoemd.

Couponrente

De rente die op een obligatie wordt vergoed. Het rentepercentage staat vermeld op de coupon.

Coupure

Effecten zoals aandelen en obligaties kunnen worden uitgegeven in verschillende coupures met elk een andere nominale waarde. De nominale waarde van coupures kan variëren van enkele centen tot vele duizenden euro’s. Kleinere coupures kunnen beter verhandelbaar zijn.

Courtage

De vergoeding die de hoekman ontvangt voor zijn bemiddeling op de effectenbeurs.

Cover

Een bepaalde hoeveelheid van een onderliggende waarde die wordt aangehouden als dekking bij geschreven callopties.

Cox-Rubinsteinformule

Een door de Amerikaanse economen John Cox en Mark Rubinstein ontwikkeld wiskundig model om de theoretische prijs van opties te berekenen. De Cox- Rubinsteinformule wordt voornamelijk gebruikt voor de waardering van Amerikaanse stijl-opties.

Crash

Engelse term voor een scherpe, onverwachte daling van de beurskoersen die gewoonlijk gepaard gaat met paniek. Beruchte beurscrashes waren er in de oktobermaanden van 1929 en 1987.

Creatief boekhouden

Manier van boekhouden die het niet zo nauw neemt met de regels of gangbare praktijk; vaak gebruikt om resultaten op te krikken (op te poetsen), soms ook om resultaten te drukken.

Crowd

Een groep handelaren (Market Makers en Floor Brokers) die op een beursvloer van een beurs in hetzelfde fonds handelen wordt een crowd genoemd.

Cum dividend

Letterlijk: met dividend. De aanduiding dat een aandeel wordt genoteerd respectievelijk verhandeld inclusief het dividend dat op een bepaalde datum in de nabije toekomst betaalbaar wordt gesteld.

Cumulatief preferent aandeel

Een aandeel waarop met voorrang dividend wordt uitgekeerd. Wordt na een slecht jaar geen dividend uitgekeerd, dan krijgt men op deze aandelen (ook wel cumprefs genoemd) bij winstherstel als eerste dividend over het jaar waarin dividend is gepasseerd. Het dividendtegoed wordt als het ware opgespaard.

Cyclische aandelen

Aandelen van bedrijven die gevoeliger zijn voor ontwikkelingen in de economische cyclus of conjunctuur dan defensieve aandelen. Voorbeelden van cyclische aandelen zijn onder andere chemie- en staalfondsen.

Cyclus

De optie- en termijnhandel kent voor de afloopmaanden diverse cycli waarvan de zogenaamde jajo-cyclus de bekendste is. De afkorting jajo staat voor de afloopmaanden januari april juli oktober.

NAAR BOVENterug naar boven

Daggeldtarief

Het rentetarief waartegen professionele beleggers geld voor maximaal een dag kunnen wegzetten op een deposito.

Daghandelaar / Day Trader

Een belegger die er naar streeft om aan het einde van de handelsdag geen openstaande posities meer te hebben. Het fenomeen daghandelaar is in opkomst door het toenemende gemak en snelheid van effectenhandel via het internet.

Dagorder

Een gelimiteerde order die uitsluitend gedurende de dag van opgave kan worden uitgehandeld. Niet uitgevoerde orders vervallen automatisch bij het sluiten van de handel.

DAX

Deutscher Aktien IndeX. De DAX is samengesteld uit de 30 meest verhandelde aandelenfondsen die staan genoteerd op de Duitse effectenbeurs (Deutsche Börse) in Frankfurt. De DAX wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste Duitse beursbarometer.

Deep-in-the-money optie

Een calloptie waarvan de uitoefenprijs veel lager is dan de koers van de onderliggende waarde of een putoptie waarvan de uitoefenprijs veel hoger is dan de koers van de onderliggende waarde.

Defensieve aandelen

Aandelen die minder gevoelig zijn voor ontwikkelingen in de economische cyclus of conjunctuur dan cyclische aandelen. Voorbeelden van defensieve aandelen zijn onder andere voedings- en financiële fondsen.

Dekkingseisen

Beleggers die putopties en/of ongedekt callopties schrijven moeten voldoen aan de minimum dekkingseisen zoals die zijn vastgesteld door Euronext. Dit bedrag (ook wel margin genoemd) of de tegenwaarde van dat bedrag in effecten, vormt tot op zekere hoogte de garantie dat men kan voldoen aan de verplichtingen die kunnen voortvloeien uit de geschreven positie.

Delta

De procentuele verandering van de optiepremie ten opzichte van een koersverandering van de onderliggende waarde. Als bijvoorbeeld de koers van een aandeel met € 1 stijgt en de optiepremie slechts met € 0,30, dan spreekt men van een delta van 30. De optiepremie volgt de koersbewegingen van het aandeel voor 30%. Naarmate de optie meer in-the-money is, zal de delta hoger zijn. Delta’s zijn dus niet constant.

Dematerialisatie

Het omzetten van fysieke effecten in verzamelstukken of global notes. Van een genoteerd fonds kunnen vele miljoenen fysieke effecten in omloop zijn. Door dematerialisatie wordt het aantal fysieke stukken beperkt tot het absolute minimum, per fonds nog slechts één verzamelstuk of global note. Dematerialisatie leidt zodoende tot kostenbesparing en een minder arbeidsintensieve administratie en bewaring van effecten.

Deposito terug

Geld dat door een belegger voor een bepaalde, vaste periode tegen een rentevergoeding is ondergebracht bij een bank. De looptijd van een deposito kan variëren van een dag (zogeheten daggeld) tot meerdere jaren.

Depositotarief

Banken kunnen hun (tijdelijk) overtollig kasgeld tegen het zogeheten depositotarief parkeren bij de Europese Centrale Bank (ECB). Het tweewekelijks vastgestelde depositotarief wordt beschouwd als één van de belangrijkste rentetarieven binnen de eurozone.

Derivaten

Opties, financiële futures, agrarische termijncontracten en warrants zijn zogeheten derivaten of ‘afgeleide’ producten die worden verhandeld op een onderliggende waarde zoals aandelen, indices, valuta’s of bulkgoederen (commodities). Derivaten zijn niet mogelijk zonder een onderliggende waarde.

Disagio

Een verschil in negatieve zin ten opzichte van de nominale waarde van een aandeel of een obligatie. Als een aandeel of obligatie is uitgegeven tegen een koers van € 50 en de actuele koers bedraagt € 45 dan is het disagio dus € 5.

Discontolening

Een obligatie die onder de nominale waarde wordt uitgegeven en geen rente uitkeert. Op de aflossingsdatum wordt de nominale waarde uitgekeerd, het verschil tussen (lagere) uitgifteprijs en nominale waarde is het rendement. Discontoleningen worden ook wel zero bonds of nulcoupon obligaties genoemd.

Dividend

Een winstuitkering in de vorm van geld (cashdividend) of aandelen (stockdividend) aan de houder van een aandeel. De hoogte van de dividenduitkering is doorgaans gerelateerd aan de hoogte van de behaalde winst.

Dividendbewijs

Het deel van een aandeel waarop aan de bezitter ervan bij inlevering de dividenduitkering wordt gedaan.

Dividendblad

Het deel van een fysiek effect dat bestaat uit een of meerdere dividendbewijzen. Bij inlevering van een dividendbewijs ontvangt de bezitter van het effect dividend.

Dividendrendement

Het op een aandeel uitgekeerde dividend kan worden uitgedrukt in een percentage van de beurskoers. Dit percentage wordt het dividendrendement genoemd. Een dividenduitkering van € 5 op een aandeel van € 100, betekent een dividendrendement van 5%.

Dollar / Euro optie

Een optiecontract met als onderliggende waarde U$ 10.000,–.

Doorlopende notering

Het gedurende de hele handelsdag op ieder gewenst moment verhandelbaar zijn van beursgenoteerde effecten.

Doorlopende order

Een effectenorder zonder opgegeven eindtijd. De order blijft geldig totdat deze wordt uitgevoerd, totdat de klant de order annuleert of totdat de serie waarop de order betrekking heeft niet meer kan worden verhandeld (bijvoorbeeld een optieorder na expiratie).

Doorrollen

Het sluiten van een positie in een kortlopende optieserie en het openen van een positie in een langer lopende optieserie. Dit doorrollen gebeurt meestal kort voor expiratie van de kortlopende optieserie en is bedoeld om een bestaande positie te continueren.

Dow Jones Industrial Average index

De door Dow Jones & Company berekende en onderhouden beursbarometer van de Amerikaanse effectenhandel. De Dow Jones Industrial Average index werd in 1896 ontwikkeld door Charles Dow. De ‘Dow’ is samengesteld uit 30 Amerikaanse blue chips en wordt, samen met de S & P 500 index, algemeen beschouwd als één van de belangrijkste beursindicatoren ter wereld.

Dual Listing

Een onderneming kan op meerdere effectenbeurzen zijn genoteerd, bijvoorbeeld zowel op Euronext als op de New York Stock Exchange. Dit heet dual listing. Door dual listing heeft een onderneming toegang tot een grotere of een andere kapitaalmarkt.

Due diligence

Voordat een onderneming een beursnotering kan krijgen onderzoekt het begeleidende emissiehuis of een door het emissiehuis aangezochte derde partij, in hoeverre de inhoud van het prospectus respectievelijk de administratie een getrouw beeld geeft van de onderneming en de komende primaire markttransactie. Dit onderzoek wordt due diligence genoemd.

Dunne markt

Een beursterm voor een markt waarin weinig vraag en aanbod is. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met naderende feestdagen (bijvoorbeeld de periode tussen kerst en de jaarwisseling) of als de markt in afwachting is van belangrijk economisch nieuws of cijfers.

Dutch Securities Institute

Het Dutch Securities Institute (DSI) bevordert en bewaakt de kwaliteit en de integriteit van personen die werken in de Nederlandse effectenbranche. Personen die werken in de effectenbranche en die voldoen aan de eisen van het DSI kunnen een registratie krijgen in een openbaar register. Opname in dit register wordt gezien als een belangrijk kwaliteitskeurmerk. Beleggers kunnen eventuele klachten over de uitvoering van een transactie of over hun bank of commissionair in behandeling laten nemen door de klachtencommissie van het Dutch Securities Institute.

NAAR BOVENterug naar boven

Eeuwigdurende lening

Een obligatielening die nooit wordt afgelost, de uitgevende instelling keert alleen rente uit. Op de effectenbeurs van Euronext Amsterdam staan nog enkele oude eeuwigdurende leningen genoteerd, zoals een Belgische staatslening uit 1842. Ook de Grootboekleningen van de Staat der Nederlanden (die uit 1814 dateren!) zijn eeuwigdurende leningen. Eeuwigdurende leningen worden tegenwoordig vrijwel niet meer uitgegeven.

Effect

De verzamelnaam voor op een beurs verhandelbare financiële producten zoals aandelen, obligaties, opties, financiële futures, agrarische termijncontracten, trackers, warrants en special products.

Effectenbeurs

Een centrale, gereguleerde marktplaats waar aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en dergelijke worden verhandeld. In Nederland, België en Frankrijk is de marktplaats voor deze producten de effectenbeurs van Euronext. Hiervan afgeleide producten (of derivaten) zoals opties en futures worden verhandeld op een optiebeurs.

Effectief rendement

Het effectief rendement van een obligatie is het (totaal)bedrag aan ontvangen couponrente opgeteld bij het bedrag van de afgeloste hoofdsom.

Effectieve omzet

De omzet in geldwaarde. Bij aandelen is dit het aantal verhandelde stukken vermenigvuldigd met de beurskoers. Bij obligaties is dit de nominale waarde vermenigvuldigd met de prijs in procenten.

Eiertermijncontract

Een termijncontract met een onderliggende waarde van 129.600 stuks eieren dat wordt verhandeld op de agrarische termijnmarkt van Euronext.

Emissie

De uitgifte van nieuwe aandelen, obligaties en andere effecten. Een emissie of uitgifte gebeurt op de primaire markt. Nadat de emissie heeft plaatsgevonden worden de effecten verhandelbaar op de secundaire markt.

Emissiehuis

Een bank die een emissie of uitgifte van aandelen of obligaties begeleid. Een emissiehuis benadert institutionele beleggers om de komende emissie toe te lichten. Meerdere banken kunnen bij een emissie samenwerken en vormen dan een syndicaat of consortium.

Emittent

Een partij die aandelen of obligaties uitgeeft voor verhandeling op een effectenbeurs. Een emittent wordt ook wel uitgevende instelling genoemd. Voorbeelden van emittenten of uitgevende instellingen zijn Koninklijke Olie,Versatel, Fortis en De Staat der Nederlanden.

Eurex

Eurex is de Duits/Zwitserse derivatenbeurs.

Euribor-tarieven

Rentetarief op bedragen in euro' s dat commerciële banken in euroland elkaar in rekening brengen. Zie ook Ibor .

Eurobond

Een obligatielening die wordt uitgegeven in een andere munteenheid dan in het land van uitgifte wordt gebruikt. Bijvoorbeeld een obligatielening in dollars die wordt uitgegeven door een in België gevestigde onderneming.

Euro / Dollar optie

Een optiecontract met als onderliggende waarde € 10.000.

Europese stijl-opties

Er zijn Amerikaanse en Europese stijl-opties. Het verschil tussen beide stijlen is de wijze van uitoefenen. Een Europese stijl-optie kan uitsluitend aan het einde van de looptijd, op de expiratiedatum, worden uitgeoefend door de houder van de optie. Gedurende de looptijd kunnen zowel de koper als de verkoper van een Europese stijl-optie hun positie sluiten door het doen van een tegengestelde transactie (koop tegen verkoop en verkoop tegen over koop).

Exercise

Het uitoefenen van het kooprecht bij callopties of het verkooprecht bij putopties.

Exercise-cut-off-time

Het laatste tijdstip waarop een belegger een opdracht tot uitoefening van optierechten kan doorgeven.

Exercise limit

Engelse term voor uitoefenlimiet. De exercise limit is het maximaal aantal contracten dat de houder van een optierecht per tijdseenheid per klasse mag uitoefenen. Bij overschrijding van de exercise limit mag de belegger alleen nog maar sluitingstransacties doen totdat de positie weer onder deze, door de beurs vastgestelde, limiet is gekomen.

Ex-dividend

De vermelding van de koers van een aandeel de dag van dividenduitkering.

Expiratie

Het ophouden te bestaan,‘expireren’, van een optie of een future. Een optie heeft altijd een beperkte looptijd, na het bereiken van de einddatum (expiratiedatum) bestaat de optie niet meer.

Expiratiecyclus

Opties, financiële futures en agrarische termijncontracten expireren op vaste data die tezamen een cyclus vormen.

Expiratiedatum

De datum waarop een optie of een future ophoudt te bestaan. Doorgaans is dit de zaterdag na de derde vrijdag van de desbetreffende handelsmaand. Tot op dat moment kunnen de aan de optie verbonden rechten door de belegger worden uitgeoefend.

NAAR BOVENterug naar boven

Fast market

Optiebeurs: een fast market wordt afgekondigd op het moment dat de markt in een fonds zodanig druk en beweeglijk is dat de juistheid van de bied- en laatprijzen tijdelijk niet kan worden gegarandeerd.

Fill-or-Kill (FOK)

Een order die direct na opgave in zijn geheel dient te worden uitgevoerd (‘fill’), als dat niet mogelijk is dan vervalt de order (‘kill’).

First In First Out

Letterlijk: eerst in, eerst uit. Orders worden in volgorde van binnenkomst opgenomen in het orderboek van de beurs. Eventuele uitvoering gebeurt ook in deze volgorde.

Fixing

Het vaststellen van een officiële koers op een bepaald, vast moment van de dag. De goudprijs wordt bijvoorbeeld tweemaal daags ‘gefixed’ op de goudmarkt in Londen, om 10.30 GMT en om 15.00 GMT. Tijdens de fixing wordt gekeken op welke prijs zoveel mogelijk koop- en verkooporders kunnen worden uitgevoerd. Er is dus geen sprake van een doorlopende markt.

Flauw

Beursterm voor dalende koersen.

Floating rate notes

Floating rate notes of FRN’s zijn obligaties met een variabele couponrente. De rente van dit type obligatie kan gedurende de looptijd worden aangepast aan de op dat moment geldende rentestand.

Floor Broker

Een toegelaten instelling die voor particuliere en institutionele klanten koop- en verkooporders uitvoert. Ook de persoon die deze orders daadwerkelijk uitvoert wordt Floor Broker genoemd.

Fonds

Beursterm voor een bedrijf waarvan de aandelen of opties daarop worden verhandeld op de beurs.

Fondscode

Een administratiecode die wordt toegekend aan aandelen en obligaties. De fondscode voor bijvoorbeeld Ahold is 33181, de fondscode voor de 71/2% staatslening 1993 per 2023 is 10207. Er bestaat ook een internationale fondscode, de ISIN-code.

Frontrunning

Het door een toegelaten instelling uitvoeren van een order voor eigen rekening in een bepaald fonds, voordat men ook een grote order van een klant moet uitvoeren in datzelfde fonds. Door front running probeert de uitvoerende partij een voordeel ten eigen gunste te behalen. Frontrunning is strafbaar.

FTSE 100 index

De door de toonaangevende Britse zakenkrant The Financial Times ontwikkelde index van de 100 meest actieve aandelen die worden verhandeld op de London Stock Exchange. FTSE wordt gewoonlijk uitgesproken als ‘foetsie’. Tegenwoordig wordt de FTSE 100 index onderhouden en berekend door FTSE International in Londen.

Fundamentele analyse

Een methode waarbij wordt getracht door analyse van bedrijfsgegevens zoals jaarcijfers een voorspelling te doen over de mogelijke koersontwikkeling in de toekomst.

Future terug

Engelse naam voor een termijncontract. Op de optiebeurs van Euronext kan worden gehandeld in futures op indices, aandelen, vastrentende producten, valuta en agrarische producten. Anders dan bij opties hebben bij futures zowel de koper als de verkoper een verplichting en er is geen premiebetaling.

Futuresovereenkomst

Een overeenkomst tussen een toegelaten instelling en een belegger waarin de voorwaarden en risico’s van het handelen in futures zijn vermeld. Door ondertekening verklaart de belegger bekend te zijn met de risico’s die aan de handel in futures zijn verbonden. Ook verklaart de belegger bekend te zijn met de inhoud van het Officieel Bericht Futures.

Fysieke levering

De afwikkeling van een aangegane optie-, commodity, future- of goederentermijncontractpositie door levering van de onderliggende waarde, bijvoorbeeld aandelen, dollars of aardappelen.

NAAR BOVENterug naar boven

Gamma

Het gamma geeft aan in welke mate de delta van een optie verandert ten gevolge van een koersverandering van de onderliggende waarde. Bij een delta van 50 en een gamma van 5 zal de delta bij een koersbeweging van één euro stijgen naar 55 of dalen naar 45.

GB

Afkorting van gedaan en bieden.

Gedaan en bieden

De prijs waarop een kooporder is uitgevoerd en die nog steeds geboden wordt.

Gedaan en laten

De prijs waarop een verkooporder is uitgevoerd en die nog steeds gelaten wordt.

Gedekt schrijven

Het schrijven van callopties terwijl men de onderliggende waarde in bezit heeft (en houdt). Hierdoor is het risico voor de schrijver beperkt.

Gedrukt

Beursterm voor sterk lagere koersen.

Geldmarkt

De markt voor korte termijnkrediet met een looptijd van minder dan een jaar.

GL

Afkorting van gedaan en laten.

Glad

Een belegger zit ‘glad’ als hij alle openstaande posities heeft afgebouwd en dus geen effecten meer in bezit heeft.

Global Note

Een enkel waardepapier waarop het gehele genoteerde aandelen- of obligatiekapitaal van een onderneming staat vermeld. Dit in tegenstelling tot de soms vele miljoenen losse stukken van het klassieke aandeel of obligatie. Het effectenverkeer verloopt vrijwel volledig giraal en het gebruik van global notes biedt grote efficiëntie- en kostenvoordelen. Het fysieke stuk zal daarom in de nabije

toekomst volledig uit het effectenverkeer verdwijnen. Het omzetten van fysieke stukken naar een global note wordt dematerialisatie genoemd. Bij obligaties spreekt men ook wel van een totaalcoupure.

Good Till Cancelled (GTC)

Een doorlopende effectenorder, de opgegeven order blijft geldig totdat deze wordt uitgevoerd door de commissionair of Floor Broker of totdat de order wordt geannuleerd door de opdrachtgever.

Goudgerande aandelen

Beursterm voor kwaliteitsaandelen. Nederlandse uitdrukking voor blue chips.

Green shoe

Een uitgevende instelling kan aan het begeleidende syndicaat een optie verstrekken om een aantal extra aandelen uit te geven tegen de uitgifteprijs, deze optie wordt een green shoe genoemd. Hierdoor kan bij grote belangstelling voor het aandeel een ongewenste koersbeweging worden voorkomen.

Grijze handel

De niet gereguleerde handel buiten de beurs in aangekondigde maar nog niet uitgegeven effecten, dit wordt ook wel ‘as, if and when issued handel’ genoemd. Als de uitgifte niet doorgaat dan worden deze transacties als niet gedaan beschouwd. De grijze handel betreft tegenwoordig vooral warrants en obligaties. Transacties in de grijze handel worden gedaan tussen toegelaten instellingen onderling en verlopen niet via de markten zoals die van Euronext en worden ook niet via Clearing & Depository afgewikkeld.

Groeifonds

Een beursgenoteerde onderneming waarvan een belangrijke groei en uitbreiding wordt verwacht. Voorbeelden van groeifondsen zijn bijvoorbeeld ondernemingen in de internet-, telecommunicatie- en biotechnologiesector.

Guichet-emissie

Een emissie waarbij de begeleidende emissiebanken alleen dienst doen als loket voor inschrijving. Het plaatsingsrisico van de emissie ligt daardoor volledig bij de uitgevende instelling. Guichet is Frans voor loket.

NAAR BOVENterug naar boven

Haircut

Het risico dat een optie- of futureshandelaar over zijn totale positie loopt, uitgaande van een aantal door de toezichthouder vastgestelde risicoscenario’s. De haircut wordt dagelijks berekend.

Handelseenheid

De gestandaardiseerde hoeveelheid onderliggende waarde bij een optie- of een futurescontract. De handelseenheid van aandelenopties is veelal 100 aandelen, bij valutaopties € 10.000,– of U$ 10.000,– en bij aardappeltermijncontracten 25.000 kilogram aardappelen.

Handelstijden

De handel in aandelen, obligaties, opties, financiële futures, agrarische termijncontracten, warrants, trackers en special products mag alleen plaatsvinden op vaste, door de beursautoriteiten bepaalde tijden.

Hausse (à la)

Beursterm voor een periode van stijgende beurskoersen.

Haussepositie

Een longpositie.

Haussier

Een belegger die een longpositie inneemt. Een haussier verwacht een stijgende trend.

Hedge ratio

De verandering van de optiepremie gedeeld door de verandering van de koers van de onderliggende waarde. De hedge ratio geeft aan in welke mate de optieprijs verandert bij een koersverandering van de onderliggende waarde. Bedraagt de hedge ratio van een calloptie 0.80 en de koers van de onderliggende waarde stijgt met € 0,50, dan verandert de prijs van de calloptie naar € 0,40 (0,80 x € 0,50 = € 0,40). De delta van een optie is de contractgrootte (meestal 100) x de hedge ratio. Als de delta van een calloptie 80 is dan zijn 80 aandelen voldoende ter dekking van een geschreven calloptie.

Hedgen

Engelse term voor afdekken. Hedging is het afdekken van risico’s door het aangaan van een andere positie. Een belegger die callopties schrijft, kan deze shortpositie afdekken door het kopen van de onderliggende waarde.

Hefboomwerking

De mogelijke winst op een optie of een future kan procentueel hoger zijn dan de mogelijke winst op de onderliggende waarde, omdat kan worden volstaan met een geringere investering terwijl de winstkansen gelijk zijn. Dit effect wordt de hefboomwerking genoemd. Een voorbeeld: een aandeel is € 50 waard en stijgt binnen enkele weken naar een koers van € 60, in percentages uitgedrukt is dat 20%. Als u een calloptie had gekocht met datzelfde aandeel als onderliggende waarde, dan had u bijvoorbeeld € 2 aan premie moeten betalen bij een koers van € 50. Het aandeel stijgt naar € 60 en de calloptie wordt € 11 waard. Bij verkoop van de calloptie ontvangt u € 9 (€ 11 – € 2 = € 9). Uitgedrukt in percentages is dat een stijging van 450%!

Herbeleggings-index

Een index waarbij de koersontwikkeling wordt gevolgd inclusief herbelegging van dividenden. Euronext berekent voor diverse van haar indices ook een herbeleggings-index.

Herkapitalisatie

Een wijziging van de kapitaalstructuur van een vennootschap, bijvoorbeeld door uitgifte van (nieuwe) aandelen.

Herplaatsing

Het in de notering en verhandeling nemen van al bestaande maar nog niet op een beurs verhandelbare aandelen. Als bestaande aandeelhouders, bijvoorbeeld de oprichters van een onderneming, bij een introductie hun aandelenbelang op de effectenbeurs aanbieden spreekt men van herplaatsing.

Herweging

Indices zoals de Euronext 100 index, de AEX-index en de FTSE €Stars-index worden regelmatig herwogen. Door herweging kunnen fondsen uit de index worden gehaald en kunnen nieuwe fondsen worden toegevoegd, al naar gelang veranderingen in bijvoorbeeld de effectieve omzet en economische ontwikkelingen zoals fusies en faillissementen. De Euronext 100 index wordt in februari mei, augustus en november herwogen, de AEX-index jaarlijks in maart.

Historische beweeglijkheid

De beweeglijkheid van een onderliggende waarde over een bepaalde periode; te vergelijken met de relatieve spreiding van koersen ten opzichte van het gemiddelde in die periode. Het gebruik van historische beweeglijkheid (of historic volatility) is gebaseerd op het idee dat men vanuit de beweeglijkheid of volatiliteit van een fonds in een voorbije periode conclusies zou kunnen trekken voor de toekomst.

Hoekman

Handelaar op de aandelenmarkt in Amsterdam. Onderhoudt een markt voor bepaalde aandelen door vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Geeft bied- en laatprijzen af. Kan ook voor eigen rekening handelen. Staat niet in direct contact met beleggend publiek. De hoekman krijgt orders van banken en commissionairs.

Hoofdfonds

De aandelen waarin op de effectenbeurs structureel de meeste omzet is worden hoofdfondsen genoemd. Voorbeelden van op Euronext genoteerde hoofdfondsen zijn onder andere Koninklijke Olie, France Telecom, Dexia, Carrefour en Ahold. Hoofdfondsen worden ook wel goudgerande aandelen of blue chips genoemd.

Houdstermaatschappij

Een vennootschap die geen andere activiteit heeft dan het beheren van een (doorgaans groot) pakket aandelen van een andere firma. Voorbeelden van beursgenoteerde houdstermaatschappijen zijn Calvé- Delft (houdstermaatschappij van Unilever), Moeara Enim, Dordtsche Petroleum en Maxwell Petroleum (houdstermaatschappijen van Koninklijke Olie). Houdstermaatschappijen zijn doorgaans ondernemingen die zijn overgenomen en waarbij de overnamesom is voldaan in de vorm van aandelen.

NAAR BOVENterug naar boven

Illiquide markt

Een markt waarin het lastig is om een order snel, tegen een goede prijs en zonder noemenswaardige prijseffecten uit te voeren wordt illiquide genoemd. In een illiquide markt is weinig tot geen balans tussen vraag en aanbod, of er is zelfs helemaal geen sprake van vraag en/of aanbod. Een illiquide markt is ongunstig voor een belegger omdat het moeilijk is om een order tegen een gunstige prijs uit te voeren. Hoe meer liquiditeit er is in een markt, hoe beter dat is voor de belegger.

Implied volatility

De beweeglijkheid die kan worden afgeleid uit de marktprijs van een optie. Het is de graadmeter voor de door de marktpartijen verwachte beweeglijkheid van de onderliggende waarde gedurende de resterende looptijd van de optie.

Incourante markt

De markt waar niet-beursgenoteerde aandelen worden verhandeld. Deze incourante markt wordt onderhouden door een aantal banken en commissionairs en valt daarmee geheel buiten de verantwoordelijkheid van Euronext.

In de wind gaan

(Effecten)beursterm voor short gaan of een baissepositie innemen, dus het verkopen van effecten die men (nog) niet in bezit heeft.

Index

Een index geeft het gemiddelde koersverloop van een groep effecten weer. Een index kan op verschillende manieren worden samengesteld en berekend. Bekende en veelbekeken indices zijn de Euronext 100 index, AEX-index, de FTSE €Stars-index en de Dow Jones Industrial Average Index. Indices kunnen worden gebruikt als ‘beursbarometer’, als benchmark maar ook als onderliggende waarde voor opties of futures.

Indexfuture

Een futurecontract met als onderliggende waarde een index. Voorbeelden van indexfutures zijn het FTI-contract (future op de AEX-index) en het FTM-contract (future op de AMX-index).

Indexleningen

Indexleningen zijn obligaties waarbij de rentevergoeding is gekoppeld aan een bepaald indexcijfer dat bijvoorbeeld betrekking heeft op de inflatie van een land.De rente varieert dus mee met het

indexcijfer.

Indexobligatie

Een obligatie waarvan de couponrente is gekoppeld aan een bepaald indexcijfer. De couponrente kan dus variëren al naar gelang de ontwikkeling van het indexcijfer.

Indexoptie

Een optiecontract met als onderliggende waarde een index zoals de AEX-index, de Bel-20, de CAC40 of de FTSE €Stars-index.

Initial margin

Engelse term voor waarborgsom. Bij het openen van de future-positie moet door zowel de koper als de verkoper een waarborgsom worden gestort.Daarnaast bestaat er een variation margin die dagelijks wordt verrekend met de openstaande positie.

Institutionele beleggers

De verzamelnaam voor grote, niet-particuliere beleggers zoals beleggingsmaatschappijen en pensioenfondsen.

Interim-dividend

Voordat het (definitieve) dividend wordt vastgesteld kan een onderneming een deel van de behaalde winst tussentijds uitkeren aan de aandeelhouders. Na uitkering van het interim-dividend volgt nog een slotdividend.

In-the-money optie

Een optie is in-the-money als deze intrinsieke waarde heeft. Callopties zijn in-the-money als de uitoefenprijs lager is dan de koers van de onderliggende waarde. Putopties zijn in-the-money als de uitoefenprijs hoger is dan de koers van de onderliggende waarde.

Interdealer broker

Een toegelaten instelling van Euronext Amsterdam die in obligaties handelt. Een interdealer broker doet dit uitsluitend voor rekening en risico van andere toegelaten instellingen van Euronext Amsterdam.

Intrinsieke waarde

Bij aandelen: de theoretische waarde van het aandeel, gebaseerd op de waarde van de bezittingen van een onderneming minus de eventuele schulden. Bij callopties: de koers van de onderliggende waarde minus de uitoefenprijs. Als aandeel ABC € 55 noteert, dan heeft een calloptie met uitoefenprijs van € 50 een intrinsieke waarde van € 5 (€ 55 min € 50 = € 5). Bij putopties: de uitoefenprijs minus de koers van de onderliggende waarde. Als het aandeel XYZ € 60 noteert, dan heeft een putoptie met een uitoefenprijs van € 65 een intrinsieke waarde van € 5. De intrinsieke waarde van aandelen en/of opties kan nimmer negatief zijn!

Introductie

De eerste uitgifte van aandelen of obligaties die vervolgens verhandelbaar zijn op een effectenbeurs. Na introductie van de aandelen is een onderneming beursgenoteerd. Er wordt een onderscheid gemaakt naar introductie door emissie (bij nieuwe aandelen of obligaties) en introductie door verhandeling (bij al bestaande maar nog niet verhandelde aandelen of obligaties). De introductie van aandelen of obligaties wordt ook wel een primaire markttransactie genoemd.

IPO (Initial Public Offering)

Engelse term voor de eerste uitgifte van aandelen of obligaties op een effectenbeurs.

ISIN-code

International Security IdentificatioN code. De internationale administratiecode die aan een effect wordt toegekend. De ISIN-code bestaat uit een landencode en een uniek nummer, de code voor het fonds Koninklijke Olie is bijvoorbeeld NL0000009470.

NAAR BOVENterug naar boven

Jajo

Afkorting staat voor de afloopmaanden januari april juli oktober.

NAAR BOVENterug naar boven

Kapitaalmarkt

De markt waarop in effecten wordt gehandeld. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de openbare kapitaalmarkt die voor iedereen toegankelijk is, zoals een effecten- of een optiebeurs en de onderhandse kapitaalmarkt. De onderhandse kapitaalmarkt is niet voor iedereen toegankelijk, potentiële (professionele) beleggers worden gericht benaderd door de aanbieder van de transactie.

Keuzedividend

Een dividenduitkering waarbij de ontvanger kan kiezen tussen een uitkering in geld of in aandelen.

Klachtencommissie

Beleggers die niet tevreden zijn over de uitvoering van een transactie of over hun bank of commissionair kunnen eventueel een klacht indienen bij de klachtencommissie van het Dutch Securities Institute (DSI).

Klasse

Alle optieseries of futures op een bepaalde onderliggendewaarde vormen tezamen een klasse. Alle opties op het aandeel Heineken vormen tezamen een klasse, alle futures op de AEX-index vormen tezamen ook een klasse.

Koers

De waarde van een effect op een bepaald moment. Koersen van effecten zijn variabel.

Koersbeweging

De verandering in opwaartse en neerwaartse richting van de waarde van een effect. Stijgt de koers, dan wordt een effect meer waard. Daalt de koers dan wordt een effect minder waard.Koersbewegingen worden onder andere veroorzaakt door veranderingen in vraag en aanbod op de financiële markten en door (inter)nationale economische ontwikkelingen.

Koersgevoelige informatie

Informatie over een onderneming, haar activiteiten en de daarmee behaalde resultaten die van invloed kan zijn op de koersontwikkeling van het aandeel. De omgang met koersgevoelige informatie is aan wettelijke regels gebonden (Wet toezicht effectenverkeer 1995). Het toezicht op de naleving van deze regels wordt gehouden door de Autoriteit Financiële Markten. Misbruik van koersgevoelige informatie is strafbaar!

Koersrisico

Het risico dat een belegger loopt als de koers van een effect zich tegen de eigen positie in ontwikkelt.

Koers-winstverhouding

Een cijfer waarmee de verhouding tussen de koers van een aandeel en de nettowinst per aandeel wordt uitgedrukt. Als de koers van een aandeel € 100 bedraagt en de winst per aandeel bedraagt € 5, dan is de koers-winstverhouding 20.

Korte rente

De rente die wordt berekend over leningen met een looptijd korter dan een jaar.

Kracht

Een scherpe, onverwachte daling van de beurskoersen die gewoonlijk gepaard gaat met paniek. Beruchte beurskrachs waren er in de oktobermaanden van 1929 en 1987.

K-Stukken

(Fysieke) effecten die bestaan uit mantel, talon en dividendbewijzen of coupons. K-stukken staat voor klassieke stukken. Fysieke effecten worden in toenemende mate vervangen door verzamelstukken of global notes.

NAAR BOVENterug naar boven

Laatprijs

De prijs die ‘de markt’ wil ontvangen voor de verkoop van een bepaald effect.

Lange rente

De rente die wordt berekend over leningen met een looptijd langer dan een jaar.

Langlopende optie

Opties met een looptijd van langer dan een jaar. Op de optiebeurs van Euronext worden opties verhandeld met een maximale looptijd van vijf jaar.

Laten

Het afgeven van prijzen waartegen men effecten wil verkopen. Laten is het tegenovergestelde van bieden.

Lead manager

De bank die de leiding heeft binnen het syndicaat van banken dat een emissie begeleidt. De lead manager wordt ook wel syndicaatsleider genoemd.

Leveringskosten

Bij uitoefening van een optie worden door de bank of commissionair kosten berekend voor de levering van de onderliggende waarde.

Leveringsmaand

Een term uit de agrarische termijnhandel. De maand(en) waarin de onderliggende waarde van het termijncontract fysiek geleverd kan worden. De leveringsmaand is vergelijkbaar met de afloopmaand bij opties.

Light-futures

Futures die betrekking hebben op een onderliggende waarde die 1/10 is van een index. Op de optiebeurs van Euronext Amsterdam worden onder andere light-futures verhandeld op de AEX-index en de Midkap-index.

Light-opties

Opties die betrekking hebben op een onderliggende waarde die 1/10 is van een index. Vanwege de geringere benodigde investering zijn light-opties vooral interessant voor de belegger met bescheiden financiële middelen. Op de optiebeurs van Euronext worden onder andere light-opties verhandeld op de AEX-index en de Midkap-index.

Limiet

De maximale koopprijs of de minimale verkoopprijs. Koop- en verkooporders kunnen met of zonder limiet worden opgegeven.

Limietorder

Een effectenorder met een door de opdrachtgever bepaalde maximum koopprijs of minimum verkoopprijs. Een gelimiteerde order mag uitsluitend tegen de opgegeven limiet (of beter) worden uitgevoerd.

Limietenboek

Een administratief systeem waarin gelimiteerde orders worden beheerd die buiten de actuele marktprijzen vallen totdat uitvoering mogelijk is doordat de marktprijzen veranderen.

Lions

Een obligatie waarbij de houder de rente niet in geld maar in de vorm van nieuw uit te geven aandelen krijgt uitgekeerd. Lions staat voor Leveraged Income Obligations via New Shares. Dit type obligatie is betrekkelijk zeldzaam.

Liquideren

Het (gedwongen) afbouwen van een effectenpositie. Dit kan door een clearingorganisatie, bank of commissionair worden afgedwongen als een belegger bijvoorbeeld niet aan zijn margin-verplichtingen kan voldoen.

Liquiditeit

De liquiditeit van een fonds wordt bepaald door de mate van vraag en aanbod. Hoe meer vraag en aanbod in een fonds samenkomen, hoe meer liquide dat fonds is.

Liquide markt

Een markt waarin veel vraag en aanbod samenkomen. In een liquide markt kunnen aan- en verkooporders makkelijk worden uitgevoerd. Een belegger heeft belang bij een zo liquide mogelijke markt.

Lock-up regeling

Een regeling die bepaalt dat bestaande aandeelhouders van nieuw beursgenoteerde ondernemingen hun aandelen gedurende een bepaalde periode (meestal zes maanden) na de introductie niet mogen verkopen.

Long hedge

Het hedgen of afdekken van een positierisico door het innemen van een kooppositie.

Longpositie

Een ander woord voor een kooppositie. Men krijgt een longpositie door het kopen van een effect. Het tegenovergestelde van een longpositie is een shortpositie.

Looptijd

Opties en futures hebben een beperkte levensduur, de zogeheten looptijd. De meeste optieklassen hebben een maximale looptijd van negen maanden, een aantal maximaal vijf jaar. Futures hebben een maximale looptijd van twaalf maanden.

Loting

Door een lotingsysteem wordt bepaald welke schrijver van een optie zal worden aangewezen om bij uitoefening de onderliggende waarde te leveren dan wel af te nemen. Door loting kan worden bepaald welke obligatiehouders in welk jaar een deel van de hoofdsom krijgen afgelost of wie een premie ontvangt (bij premieobligaties).

Lui

Beursterm voor een markt waarin vrijwel geen handel is.

NAAR BOVENterug naar boven

Majoreren

Bij een openbare inschrijving op een uit te geven aandeel kan een belegger inschrijven voor meer aandelen dan eigenlijk gewenst, terwijl de belegger daar niet voldoende financiële middelen voor heeft. Bij een eventuele overtekening krijgt de belegger dan wellicht toch het gewenste aantal aandelen toegewezen. Valt de belangstelling voor de emissie onverhoopt tegen dan kan de inschrijvende belegger worden verplicht om het volledige aantal aandelen waarvoor men heeft ingeschreven af te nemen. Dit kan een behoorlijk financieel risico opleveren! Majoreren wordt door Euronext niet toegestaan.

Mandje

Pakket van verschillende aandelen die gezamenlijk worden verhandeld. Een mandje kan bijvoorbeeld het pakket aandelen zijn waaruit een index is samengesteld.

Mandjeshandel

De handel in mandjes aandelen. Mandjeshandel kan dienen ter afdekking van posities in indexopties en

futures.

Mantel

Een van de delen van een fysiek aandeel of obligatie. Op de mantel staan de belangrijkste gegevens vermeld zoals de naam van de onderneming, de nominale waarde van het stuk enzovoort. Aan de mantel zitten de coupons die bij inwisseling recht geven op uitbetaling van rente of dividend.

Margin

Een bedrag in geld of aandelen dat een belegger moet storten ter dekking van een shortpositie.

Margin call

Een bank of commissionair kan van haar klanten extra dekking eisen voor een aangegane positie. Dit gebeurt als de koersen zich in een voor de positie ongunstige richting bewegen. Bij het niet nakomen van de margin call kan de positie eventueel gedwongen worden afgebouwd.

Market Maker

Een toegelaten instelling van de beurs die voor eigen rekening en risico een markt onderhoudt in een of meerdere optiefondsen. Market Makers hebben een liquiditeitsverhogende functie. Een Market Maker handelt niet voor derden.

Market Supervision

De afdeling van Euronext Amsterdam die is belast met het toezicht op de handel en de naleving van de handelsregels van de effectenbeurs en de optiebeurs. De afdeling Market Supervision heeft een belangrijke rol in het bewaren van de integriteit van de markt. Trading Floor Officials vallen onder de afdeling Market Supervision.

Markingprice

De markingprice wordt dagelijks berekend door de beurs en is gelijk aan het midden van de laatst afgegeven bieden laatprijs van de desbetreffende optieserie. De markingprice wordt gebruikt voor de margeberekening.

Markt

Het totaal aan biedende en vragende partijen die handelen in een bepaald product. Dit kunnen aardappelen of bakstenen zijn maar ook aandelen, obligaties, opties of futures. De markt voor deze laatstgenoemde producten wordt ‘de beurs’ genoemd.

Marktkapitalisatie

Het aantal in omloop zijnde aandelen van een onderneming vermenigvuldigd met de actuele beurskoers van dat aandeel. Beursfondsen als Koninklijke Olie of France Telecom hebben een zeer hoge marktkapitalisatie.Marktkapitalisatie is hetzelfde als beurswaarde.

Marktmeester

Een marktmeester is belast met het toezicht op de handel op de agrarische termijnmarkt van de beurs. De marktmeester beheert ook het orderboek.

Marktorder

Een order om zo snel mogelijk effecten te kopen of te verkopen zonder een prijslimiet, dus zonder maximumprijs voor een kooporder of zonder minimumprijs voor een verkooporder. Een marktorder wordt ook wel bestens order genoemd.

Marktsegmentatie

De effectenmarkt is verdeeld in diverse (economische) segmenten. Voorbeelden van dergelijke segmenten bij Euronext zijn: Euronext 100 (de 100 grootste op Euronext genoteerde ondernemingen qua marktkapitalisatie en liquiditeit), Next 150 (de 150 ondernemingen die qua marktkapitalisatie en liquiditeit volgen op de Euronext 100), Next Economy (ondernemingen die actief zijn in de high-tech, bio-technologie, mobiele en/of vaste telefonie, media) en Prime (ondernemingen die actief zijn in de traditionele economie en niet behoren tot de Euronext 100, de Next 150 of de Next Economy indices).

Mercurius

De Romeinse god van de handel en de beteugeling van de zwendel staat symbool voor de handel in het algemeen en de beurshandel in het bijzonder. Een bronzen afgietsel van het befaamde Mercuriusbeeld van de renaissancekunstenaar Giovanni de la Bologna overziet vanaf een sokkel op de publieksgalerij de handelaren op de optiebeursvloer van Euronext Amsterdam. Als symbool van de beurshandel is de beeltenis van Mercurius terug te vinden in de beursgebouwen van veel landen.

Midkap

Het middensegment van de effectenbeurs van Euronext. Dit zijn aandelen met een geringere marktkapitalisatie en een geringere effectieve omzet dan de hoofdfondsen. De Next 150 index is de barometer voor de op de effectenbeurs van Euronext genoteerde ondernemingen in het middensegment. De Amsterdam Midkap-index (AMX-index) geeft het koersverloop van de in Nederland genoteerde ondernemingen in het middensegment weer.

Mini

Een mini is een op de effectenbeurs van Euronext Brussel verhandelbaar derivaat dat de koersevolutie van een index exact volgt. Als onderliggende waarde worden de Bel-20 index en de Dow Jones EURO STOXX 50 gebruikt. Een mini heeft betrekking op 1/100 deel van de onderliggende waarde. Driemaandelijks krijgt de houder van een mini een dividenduitkering. Een mini is feitelijk een zeer langlopende optie (looptijd tot 31 december 2049!)

NAAR BOVENterug naar boven

Necigef

Nederlands Centraal Instituut Giraal Effectenverkeer. Bij het Necigef vindt de administratie en bewaring van aandelen en obligaties plaats. Het Necigef is een onderdeel van Euronext Amsterdam Clearing & Depository.

Neerwaarts risico

Het risico van premieverlies bij opties wanneer de markt zich in een tegengestelde richting beweegt. Eén van de belangrijkste kenmerken van een longpositie in opties is dat het neerwaarts risico beperkt blijft tot de betaalde premie, terwijl de winstmogelijkheden, binnen de afgesproken tijdsperiode, vrijwel onbeperkt zijn.

Net liq

De liquiditeiten die iedere professionele handelaar op de beurs aanhoudt op rekening bij haar Clearing Member, waaronder geldsaldi en de waarde van de derivatenpositie en de onderliggende waardes.

Next 150

De door Euronext ontwikkelde en berekende index waarin de 150 ondernemingen zijn opgenomen die qua marktkapitalisatie direct volgen op de Euronext 100. Dit is het midkapsegment van de effectenbeurs van Euronext. De Next 150 wordt jaarlijks in februari, mei, augustus en november herwogen, de weging van een individueel aandeel kan niet meer dan 10% bedragen. De Next 150 wordt op dit moment alleen gebruikt als benchmark.

NextTrack

Het marktsegment van Euronext waarin vanaf 2001 trackers worden verhandeld.

NIEC

Nederlands Interprofessioneel EffectenCentrum. Bij het NIEC vindt de administratie en bewaring van buitenlandse aandelen en obligaties plaats. Het NIEC is een onderdeel van Euronext Amsterdam Clearing & Depository.

Niet-handelend commissionair

Een niet-handelend commissionair bemiddelt tussen klanten en commissionairs maar neemt zelf niet daadwerkelijk deel aan de handel. Vroeger werd een niet-handelend commissionair ook wel remisier genoemd.

Nikkei-index

De door de financiële krant Nihon Keizai Shimbun ontwikkelde en berekende graadmeter van de Japanse effectenmarkt. De Nikkei Stock Average-index is samengesteld uit de 225 meest actieve fondsen van de effectenbeurs van Tokio. De Nikkei-index wordt beschouwd als de belangrijkste Aziatische beursbarometer.

NLKKAS

Nederlandse Liquidatie Kas. Bij de NLKKAS worden de optie- en futuretransacties afgewikkeld die zijn gedaan op de agrarische termijnmarkt van Euronext. De NLKKAS is een onderdeel van Euronext Amsterdam Clearing & Depository.

Nominale waarde

De waarde die staat vermeld op een waardepapier zoals een aandeel of een obligatie. Bij een aandeel zal de actuele beurswaarde over het algemeen aanzienlijk hoger liggen dan de nominale waarde.

Notering

De koers van een effect.

Noteringseenheid

Het minimum prijsverschil dat wordt aangehouden bij de handel in effecten. Bij aandelen is de noteringseenheid € 0,01 en bij aandelenopties € 0,05.

NSC

Nouvelle Système de Cotation. Het elektronische handelssysteem dat wordt gebruikt voor de effectenhandel van Euronext. Het Nouvelle Système de Cotation geldt als een toonaangevend handelssysteem en wordt gebruikt door effectenbeurzen op zes continenten.

Nulcouponobligatie

Een obligatie die onder de nominale waarde wordt uitgegeven en geen rente uitkeert. Op de aflossingsdatum wordt de nominale waarde uitgekeerd, het verschil tussen uitgifteprijs en nominale waarde is het rendement. Nulcouponobligaties worden ook wel discontoleningen of zero bonds genoemd.

NAAR BOVENterug naar boven

Obligatie terug

Een effect in de vorm van een schuldbewijs. Door uitgifte van een obligatie kan de uitgevende instelling vreemd vermogen aantrekken ten behoeve van bijvoorbeeld investeringen. Een obligatie geeft recht op (meestal) een vaste rente en op terugbetaling van de hoofdsom aan het einde van de looptijd. Obligaties kennen geen stemrecht en geven ook geen eigendomsrecht in de uitgevende instelling. Obligaties worden uitgegeven door ondernemingen, publieke instellingen en landelijke en lokale

overheden. Er bestaan verschillende soorten obligaties met elk een eigen kenmerk: nulcoupon, winstdelende, achtergestelde, converteerbare, premieobligaties et cetera. De verhandeling van obligaties gebeurt op de effectenbeurs van Euronext; tegelijkertijd worden op de optiebeurs van Euronext obligatieopties en -futures verhandeld. 

Obligatiekoers

De koers van een obligatie stijgt als de rente daalt en andersom. De obligatiekoers is afhankelijk van de looptijd, het couponrendement en de marktomstandigheden.

Obligatieoptie

Een optiecontract met als onderliggende waarde € 5.000 in Nederlandse staatsobligaties.

Officieel bericht opties / futures

Een brochure waarin de mogelijkheden en risico’s van het handelen in opties of futures worden uitgelegd. De bank of commissionair is verplicht de belegger een exemplaar van het Officieel Bericht bij de optieovereenkomst te overhandigen. Door ondertekening van de optieovereenkomst verklaart de belegger bekend te zijn met de inhoud van het Officieel Bericht.

Officiële Prijscourant (OPC)

Een dagelijkse publicatie van Euronext Amsterdam waarin de gehandelde prijzen (noteringen) en volumes worden vermeld van alle op de markten van Euronext Amsterdam verhandelde producten. Ook worden in de Officiële Prijscourant mededelingen gedaan over beursintroducties, emissies en handelsmaatregelen.

Oligarchische aandelen

Oligarchische of prioriteitsaandelen geven bepaalde voordelen boven gewone aandelen, bijvoorbeeld een hoger dividend of meer invloed via het stemrecht tijdens een Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Het aandelenbelang van de oprichters of bestuurders van een onderneming bestaat vaak uit oligarchische aandelen.

Onderaandelen

Aandelen van een bepaalde nominale waarde kunnen soms worden verdeeld in kleinere coupures met een naar rato lagere nominale waarde. Deze kleinere coupures worden onderaandelen genoemd.

Onderhandse emissie

Bij een onderhandse emissie worden potentiële beleggers gericht benaderd. Het is niet mogelijk om openbaar in te schrijven op de emissie. Via een onderhandse emissie worden de effecten uitsluitend bij institutionele beleggers geplaatst.

Onderliggende waarde

Een product waarop een optie of een future wordt verhandeld, bijvoorbeeld aandelen, een index, valuta, (edel)metaal of een bulkgoed (commodity) zoals aardappelen, graan of goud.

Ongedekt schrijven

Het schrijven van een optie of het verkopen van een future zonder dat men de onderliggende waarde, bijvoorbeeld aandelen of een valuta, in bezit heeft. Dit kan aanzienlijke (financiële) risico’s met zich meebrengen! Ongedekt schrijven wordt ook wel naakt schrijven genoemd.

Open buy

Openingskoop.

Open end

Een open endbeleggingsfonds bestaat uit een variabele hoeveelheid aandelen. Desgewenst kan het aandelenkapitaal worden uitgebreid of ingekrompen. Bij een groot aanbod van de eigen aandelen kan de fondsbeheerder tot inkoop ervan besluiten om zodoende de koers te steunen.

Open interest

Het totale aantal openstaande optiecontracten op een bepaald moment. De open interest kan worden beschouwd als een graadmeter voor de liquiditeit van de markt.

Open outcry

Een manier van handelen waarbij orders en prijzen op de beursvloer luid, duidelijk en voor alle betrokken partijen hoorbaar worden aangekondigd.

Open sell

Openingsverkoop.

Openbare emissie

Een uitgifte van aandelen of obligaties waarbij particuliere en institutionele beleggers vrij kunnen inschrijven. Een openbare emissie is het tegenovergestelde van een onderhandse emissie.

Openingskoop

Een transactie waarbij een effect wordt gekocht ofwel een positie wordt geopend. Een daaropvolgende verkoop van hetzelfde effect wordt een sluitingsverkoop genoemd – de eerder aangegane positie wordt daardoor weer teruggedraaid,‘gesloten’. Bij de optiehandel spreekt men veelal van een open buy.

Openingskoers

De eerste koers van een effect op een handelsdag.

Openingsverkoop

Openingstransactie waarbij de belegger ‘short’ gaat. Bij de optiehandel spreekt men veelal van een open sell.

Oprichtersaandelen

Aandelen die worden uitgekeerd aan personen die zich bij de oprichting van de uitgevende onderneming verdienstelijk hebben gemaakt. Oprichtersaandelen geven geen stemrecht, maar wel recht op een winstdeling. Oprichtersaandelen komen betrekkelijk weinig voor.

Optie terug

Het op een optiebeurs verhandelbaar recht om een bepaalde vaste hoeveelheid onderliggende waarde (bijvoorbeeld aandelen of een valuta) te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs gedurende een bepaalde periode. Bij de koop van een optie betaalt men premie, bij de verkoop van een optie ontvangt men premie.

Optiebeurs

Centrale, gereguleerde marktplaats waar opties en futures (termijncontracten) worden verhandeld.

Optieovereenkomst

Voordat een belegger in opties kan gaan handelen moet er een optieovereenkomst worden gesloten met een bank of commissionair. In deze overeenkomst worden de rechten en plichten van de belegger en de bank of commissionair vastgelegd. Bovendien verklaart de belegger kennis te hebben genomen van de inhoud van het Officieel Bericht Opties.

Optiepremie

De prijs van een optie. De optiepremie bestaat uit de intrinsieke waarde plus de tijd- en verwachtingswaarde. De optiepremie is uiteraard variabel.

Orderboek

De algemene benaming voor een administratief systeem waarin gelimiteerde orders waarvan uitvoering (nog) niet mogelijk is, centraal worden beheerd en indien mogelijk alsnog worden uitgevoerd.

Over the counter (OTC)

De Engelse term voor effectentransacties tussen marktpartijen onderling en die niet op een centrale marktplaats, de beurs,worden aangeboden en verhandeld. Ook de afwikkeling van deze transacties (clearing) kan onderling worden afgesproken.

Overgenomen emissie

Een emissie waarbij het begeleidende syndicaat het plaatsingsrisico overneemt van de uitgevende instelling. Als de belangstelling voor de aandelen onverhoopt tegenvalt kunnen de syndicaatsleden een aanzienlijk financieel verlies lijden.

Overnamebod

Een openbare bieding tot overneming van (een deel van) het aandelenkapitaal van een onderneming. Een overnamebod kan vriendelijk of vijandig zijn ofwel met of zonder instemming van het bestuur en de Raad van Commissarissen van de over te nemen onderneming. De aandeelhouders dienen uiteraard wel akkoord te gaan met het overnamebod door het aanmelden van hun aandelen bij de biedende partij.

Overtekenen

Nederlandse benaming voor majoreren: bij een openbare inschrijving op een uit te geven aandeel kan een belegger inschrijven voor meer aandelen dan eigenlijk gewenst, terwijl de belegger daar niet voldoende financiële middelen voor heeft. Bij een eventuele overtekening krijgt de belegger dan wellicht toch het gewenste aantal aandelen toegewezen. Valt de belangstelling voor de emissie onverhoopt tegen dan kan de inschrijvende worden verplicht om het volledige aantal aandelen waarvoor men heeft ingeschreven af te nemen. Dit kan een behoorlijk financieel risico opleveren! Overtekenen wordt door Euronext niet toegestaan. Een emissie waarvoor meer belangstelling is dan er stukken zijn wordt overtekend genoemd.

Out-of-the-money optie

Een optie zonder intrinsieke waarde wordt out-of-the-money genoemd. Een calloptie is out-of-the-money wanneer de uitoefenprijs hoger is dan de koers van de onderliggende waarde. Een putoptie is out-of-the-money als de uitoefenprijs lager is dan de koers van de onderliggende waarde. De premie van een out-of-the-money optie bestaat alleen uit tijd- en verwachtingswaarde. Door een sterke koersbeweging kan een out-of-the-money optie intrinsieke waarde ontwikkelen en dus at-the-money of zelfs in-the-money worden.

NAAR BOVENterug naar boven

Pandbrief

Pandbrieven zijn obligaties die door een (hypotheek)bank worden uitgegeven om de verstrekking van hypothecaire leningen mee te financieren. Pandbrieven worden doorlopend uitgegeven en zijn ook doorlopend verhandelbaar. Een variant zijn rente-indexpandbrieven waarbij de rentevergoeding meebeweegt met een renteindexcijfer.

Pari (a)

Tegen nominale waarde.

Parikoers

Een koers van 100% van de nominale waarde.

Pariteit

Een optie noteert pariteit als de uitoefenprijs plus de premie van een optie gelijk zijn aan de koers van de

onderliggende waarde. Een calloptie met uitoefenprijs van € 25 en een premie van € 2,50 noteert pariteit

als de onderliggende waarde € 27,50 noteert.

Participatiebewijs

Een bewijs dat recht geeft op een gedeelte van een gemeenschappelijk effectendepot.

Perpetual loan

Engelse term voor een eeuwigdurende obligatielening. Een perpetual loan wordt nooit afgelost, de uitgevende instelling keert alleen rente uit. Op de effectenbeurs van Euronext staan nog enkele oude perpetual loans genoteerd, zoals een Belgische staatslening uit 1842. Ook de Grootboekleningen van de Staat der Nederlanden (die uit 1814 dateren) zijn perpetual loans. Perpetual loans worden tegenwoordig vrijwel niet meer uitgegeven.

Pink Herring

Engelse term voor een voorlopig prospectus. Een pink herring wordt uitgegeven als bij een aanstaande beursnotering de prijs en de hoeveelheid van de uit te geven aandelen nog niet bekend zijn. Later volgt hierop een supplement met vermelding van de uitgifteprijs en de hoeveelheid uit te geven aandelen.

Plain vanilla

Letterlijk: gewoon vanille. Een Amerikaans-Engelse uitdrukking voor de meest simpele variant van een (beleggings)product. Net zoals een ‘plain vanilla’ ijsje een heel gewoon ijsje is, zo is bijvoorbeeld een plain vanilla optie een standaard call- of putoptie.

Positielimiet

Het maximale aantal opties of futures in een klasse dat een belegger op een bepaald moment in zijn bezit mag hebben. De positielimieten voor particuliere en professionele beleggers zijn verschillend. Een belegger mag geen openingstransacties meer doen als een positielimiet wordt overschreden.

Preferente aandelen

Aandelen waarop een vast percentage dividend wordt uitgekeerd voordat houders van gewone aandelen dividend ontvangen. Preferente aandelen worden ook wel ‘prefs’ genoemd. Er bestaan ook cumulatief preferente aandelen (‘cumprefs’).

Premie

De prijs van een optie. Deze prijs bestaat uit de intrinsieke waarde plus de tijd- en verwachtingswaarde. De premie van een optie is uiteraard variabel.

Premieobligatie

Een obligatie waaraan bij uitloting kans op een prijs in geld is verbonden. Meestal wordt er geen of alleen een relatief lage rente uitgekeerd. Premieobligaties worden vaak uitgegeven door instellingen met een meer ideëel of maatschappelijk karakter.

Price spread

Het gelijktijdig kopen en schrijven van opties van dezelfde klasse en afloopmaand, maar met verschillende uitoefenprijzen. Bij een combinatie van calls heeft de gekochte calloptie een lagere uitoefenprijs dan de geschreven; bij een combinatie van puts heeft de gekochte putoptie een hogere uitoefenprijs dan de geschreven.

Prijshoudend

Beursterm voor stabiele koersen.

Prijsinterval

Het minimum verschil waarmee de prijs van een effect mag veranderen. De prijsinterval bij aandelen is € 0,01 en bij aandelenopties € 0,05.

Primaire markt

Aandelen van een nieuw te introduceren onderneming worden in de notering genomen op de primaire markt. De daaropvolgende verhandeling gebeurt op de secundaire markt.

Prioriteitsaandelen

Prioriteits- of oligarchische aandelen geven bepaalde voordelen boven gewone aandelen, bijvoorbeeld een hoger dividend of meer invloed via het stemrecht tijdens een Algemene Vergadering van Aandeelhouders.Het aandelenbelang van de oprichters of bestuurders van een onderneming bestaat vaak uit prioriteitsaandelen.

Prolongatielening

Een lening met een looptijd van een maand met als onderpand aandelen of obligaties. Een prolongatielening kan met telkens een maand worden verlengd. Over een prolongatielening wordt de zogeheten prolongatierente berekend, die doorgaans hoger is dan het geldende marktrentetarief.

Prospectus

Een onderneming die een beursnotering overweegt is verplicht om een prospectus uit te geven dat voldoet aan de eisen van de betreffende beurs. In het prospectus worden onder meer gegevens over de onderneming en de aanstaande introductie vermeld. Geïnteresseerde beleggers kunnen zich door lezing van het prospectus een beeld vormen van de onderneming en de komende introductie.

Public Order Member (POM)

Een Public Order Member is een toegelaten instelling die voor rekening en risico van derden in opties handelt. De orders worden uitgevoerd door een Floor Broker. Een POM mag ook voor eigen rekening en risico in opties handelen. Particuliere beleggers geven hun orders op via een Public Order Member. De meeste banken in Nederland zijn actief als Public Order Member.

Public Order Correspondent Member (POCM)

Een Public Order Correspondent Member is een toegelaten instelling die in opties handelt voor rekening en risico van derden door tussenkomst van een Public Order Member. Een POCM kan ook voor eigen rekening en risico handelen. Met name buitenlandse partijen hebben de POCM-status.

Putoptie

Een verhandelbaar recht om op een bepaald moment in de toekomst een afgesproken hoeveelheid onderliggende waarde te verkopen tegen een vooraf afgesproken prijs.

NAAR BOVENterug naar boven

Quote

Engels voor: noteren. De quote is zowel de bied- als de laatprijs die op een bepaald moment in een bepaald fonds of een bepaalde serie door de markt wordt geboden en gelaten. Als op een bepaald moment gedurende de handelsdag het aandeel XYZ € 40.10 à € 40.30 noteert dan is dat de actuele quote.

NAAR BOVENterug naar boven

Raider

Engelse term voor belegger of bedrijf dat van plan is een ander bedrijf over te nemen door de aandelen op te kopen en als eenmaal de meerderheid is verkregen de zittende directie te vervangen. Vaak wordt het overgenomen bedrijf gesplitst en worden verschillende onderdelen verkocht om de overname te kunnen betalen.

Rainmaker

Engelse term voor bankier die grote klanten en belangrijke orders binnenhaalt of een bankier die een effectencommissionair of hoekman grote orders gunt en daarvoor op zijn beurt provisie ontvangt.

Rapportagelimiet

De rapportagelimiet gaat in voordat een positielimiet wordt bereikt. Hierdoor wordt de clearing gewaarschuwd voor het mogelijke naderen of overschrijden van een positielimiet. Voor de belegger gelden in dit geval nog geen beperkingen. De rapportagelimiet kan worden beschouwd als een oranje stoplicht.

Rating

Een uitgevende instelling of een obligatielening kan een rating krijgen van een zogeheten ‘credit rating agency’ zoals Moody’s, Duff & Phelp’s of Standard’s & Poor. Een rating is te beschouwen als een kwaliteitskeurmerk. Ratings worden uitgedrukt in een combinatie van letters en cijfers, een Triple A (‘AAA’) rating is de hoogst mogelijke. Hoe hoger de rating, hoe lager het kredietrisico voor de belegger. De Staat der Nederlanden heeft een Triple A rating, de Republiek Argentinië B1.

Recepissen

Recepissen zijn voorlopige effecten die kunnen worden uitgegeven als bij een emissie de (fysieke) stukken nog niet beschikbaar zijn. Tegen inwisseling van de recepissen ontvangt men dan te zijner tijd de eigenlijke stukken. Door het girale karakter van de effectenhandel komt uitgifte van recepissen tegenwoordig bijna niet meer voor.

Redenominatie

Het veranderen van de nominale waarde van een aandeel of een obligatie. Dit gebeurt vrijwel uitsluitend als de uitgevende instelling in financiële moeilijkheden verkeert. Redenominatie wordt ook wel afstempelen genoemd.

Registeraandelen

Aandelen die in een centraal register staan ingeschreven. Registeraandelen zijn altijd aandelen op naam.

Remissier

Een toegelaten instelling van Euronext Amsterdam die bemiddelt tussen klanten en commissionairs maar niet zelf deelneemt aan de handel. Oude benaming voor een niet-handelend commissionair.

Rendement terug

De winst die wordt behaald op geïnvesteerd vermogen. Als een belegger € 100 rente ontvangt over een tegoed van € 1000 dan bedraagt het rendement op zijn belegging 10%.

Rentedragende stukken

Een andere benaming voor obligaties.

Rentebewijs

Een andere benaming voor de coupon van een obligatie.

Retailgrens

Aandelenorders beneden een bepaalde volumegrens. Aandelenorders boven die volumegrens worden aangeduid met de term wholesale.De volumegrens kan per fonds verschillen. Orders onder de retailgrens zijn meestal van particuliere beleggers.

Reversal

Een omgekeerde conversie. Een optiestrategie waarbij een relatief geringe winst is gekoppeld aan het afwezig zijn van enig risico.

Reverse convertible note

Het spiegelbeeld van de converteerbare obligatie. De uitgevende instelling heeft de keuze om aan het eind van de looptijd een vooraf vastgesteld aantal aandelen of het nominale bedrag uit te keren.

Royeren

Het intrekken van een opgegeven, maar nog niet uitgevoerde effectenorder.

NAAR BOVENterug naar boven

S & P 500 index

De door Standard’s & Poor ontwikkelde en berekende index waarin de aandelen van 500 Amerikaanse ondernemingen zijn opgenomen. De S & P 500 index werkt volgens het sector classificatiesysteem. De S & P 500 werd in 1926 voor het eerst berekend en bestaat sinds 1957 uit 500 ondernemingen. Tezamen met de Dow Jones Industrial Average index behoort de S & P 500 index tot de meest bekeken beursbarometers ter wereld. Futures op de S & P 500 behoren tot de meest verhandelde ter wereld.

Scalpen

Het met een relatief kleine winst sluiten van een kort ervoor geopende effectenpositie. Scalpen is een techniek die veel wordt toegepast door daghandelaren.

Schatkistpapier

De verzamelnaam voor staatsobligaties met een looptijd van maximaal 5 jaar.

Scheefzitten

Een belegger zit ‘scheef’ als zijn effectenpositie op (een nog ongerealiseerd) verlies staat.

Schermenhandel

Het verhandelen van effecten via de beeldschermen van een computernetwerk, zoals bijvoorbeeld het NSC van de effectenbeurs van Euronext.

Schrijven

Het verkrijgen van een shortpositie in een optie door een openingsverkoop.

Schrijver

Een belegger die een shortpositie in opties verkrijgt door het doen van een openingsverkoop.

Schatz

De Schatz future is een rente future afgeleid van de tweejaars rente en heeft een theoretische coupon van 6%. Mogelijke leverbare leningen moeten een looptijd hebben, die ligt tussen de 1,75 en 2,25 jaar.

Sector index

Een index die betrekking heeft op een bepaalde economische sector, bijvoorbeeld technologie, energie of transport.

Sectormandjes

Een pakket aandelen van fondsen die actief zijn in een bepaalde sector, zoals telecommunicatie, financiële dienstverlening, biotechnologie, transport of energie. Sectormandjes worden vaak gebruikt als onderliggende waarde voor warrants.

Secundaire markt

De verhandeling van effecten gebeurt op de secundaire markt. De uitgifte of emissie van effecten

gebeurt op de primaire markt.

Serie

Alle opties met dezelfde onderliggende waarde, afloopmaand, uitoefenprijs en van hetzelfde type (call of put).

Settlementsprijs

De koers van de onderliggende waarde waarop opties en futures op expiratiedag worden afgerekend of verrekend. Bij opties en futures op de AEX-index is deze koers het gemiddelde van de 31 noteringen die op de laatste handelsdag elke hele minuut van15.30 tot en met 16.00 uur tot stand komen.

Short hedge

Het hedgen of afdekken van een positierisico door het innemen van een verkooppositie.

Shortpositie

Effectenbeurs: indien een belegger effecten heeft verkocht die hij op dat moment niet in bezit heeft. Het tegenovergestelde van een shortpositie is een longpositie. Het innemen van een shortpositie wordt ook wel ‘in de wind gaan’ genoemd. Optiebeurs: een positie aangegaan door een openingsverkoop waarbij schrijver de verplichting neemt de onderliggende waarde te leveren of af te nemen.

Sinking fundlening

Een obligatielening waarvan jaarlijks een deel van de hoofdsom wordt afgelost.

Slotdividend

Het dividend dat nog wordt uitgekeerd na het interim-dividend. De uitkering van het slotdividend vindt plaats nadat de definitieve winstcijfers bekend zijn.

Slotkoers

De laatste koers van een effect op een handelsdag.

Slotprijs

De slotprijs is of de prijs van de laatst tot stand gekomen transactie op een handelsdag of de middenprijs van de laatste bied- en laatprijzen.

Sluitingskoop

Effectenbeurs: koop van een aandeel of een obligatie om een openstaande short- of baissepositie ongedaan te maken. Optiebeurs: koop van een optie of een future om een openstaande shortpositie ongedaan te maken. De koper van de optie of de future wordt hierdoor ontslagen van zijn leverings- of afnameplicht. Bij de optiehandel spreekt men veelal van een closing buy.

Sluitingsverkoop

Effectenbeurs: de verkoop van een openstaande aandelen- of obligatiepositie. Optiebeurs: verkoop van een openstaande optie- of futurespositie. Hierdoor doet de verkoper afstand van de rechten die voortvloeien uit een optiepositie of de plichten die voortvloeien uit een futurespositie. Bij de optiehandel spreekt men veelal van een closing sell.

SO-eX

Small Order eXecution. Een functionaliteit van het SWITCH-systeem waarmee aan- en verkooporders op de optiebeurs van Euronext Amsterdam tot een volume van maximaal 5 contracten automatisch worden uitgevoerd, zonder tussenkomst van Market Makers of Floor Brokers.

Specialist

Engelse benaming voor een hoekman.

Special products

Verhandelbare effecten anders dan aandelen, obligaties, opties, financiële futures en agrarische termijncontracten. Voorbeelden van special products zijn covered warrants, discount rights, trackers en reversed convertibles.

Sponsor

Een emissiehuis dat de aanvraag tot toelating tot de notering aan de effectenbeurs doet en zorgt voor een actieve begeleiding van de uitgevende instelling. Meerdere sponsors kunnen een syndicaat of een consortium vormen.

Spread

Het verschil tussen de bied- en laatprijs. Als de markt € 22,50 biedt en € 23 laat, dan is de spread dus € 0,50. Een bepaald type combinatieorders zoals die kunnen worden uitgevoerd op een optiebeurs. Een spread bestaat uit twee poten of ‘legs’: een longpositie gecombineerd met een shortpositie. Met spreads kan de belegger profiteren van een bepaalde trend in de markt en tegelijk het risico beperken.

Staatslening

Een door de Staat der Nederlanden uitgegeven en gegarandeerd schuldbewijs of obligatie. Staatsleningen worden uitgegeven om de financieringsbehoefte van de Staat der Nederlanden te dekken.

Stemrecht

Aandelenbezit geeft de aandeelhouder stemrecht tijdens de (verplichte) jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Houders van certificaten van aandelen hebben geen stemrecht.

Stockdividend

Een winstuitkering in de vorm van aandelen. Een dividenduitkering kan ook gebeuren in de vorm van geld, in dat geval spreken we van een cash dividend.

Stock picking

Het selecteren van aandelen waarvan een goed rendement wordt verwacht.

Stop-loss order

Een koop- of verkoopopdracht om een verliesgevende positie automatisch te sluiten indien een bepaalde limiet wordt geraakt zodat het verlies beperkt blijft.

Straddle

Een combinatieorder waarbij een calloptie en een putoptie met dezelfde afloopmaand en uitoefenprijs gelijktijdig worden gekocht of geschreven. Een long straddle (gekochte straddle) geeft de mogelijkheid om in te spelen op een verwachte sterke beweeglijkheid van de koersen in een willekeurige richting. Een short straddle (geschreven straddle) biedt een maximale winst wanneer de koersen stabiliseren. Wèl loopt de schrijver van een straddle een risico: bij een sterke stijging of een sterke daling van koersen kan het verlies oplopen tot een bedrag dat niet meer wordt gecompenseerd door de ontvangen premie.

Strafbankje

Een fonds wordt op het zogeheten strafbankje van de beurs geplaatst als de notering wordt geschorst door de Commissaris voor de Notering, bijvoorbeeld omdat het fonds niet langer kan of wil voldoen aan de eisen van het Fondsenreglement.

Strangle

Een combinatieorder waarbij een calloptie en een putoptie met dezelfde afloopmaand, maar verschillende uitoefenprijzen worden gekocht of geschreven. Een strangle lijkt op een straddle, maar omdat de uitoefenprijzen verder uit elkaar liggen, worden de opbrengsten voor de schrijver en de kosten voor de koper van een strangle beperkt.

Strike price

Engelse term voor de prijs waartegen een optie kan worden uitgeoefend. De strike price is hetzelfde als uitoefenprijs.

STRIPS

Afkorting van Separate Trading of Registered Interest and Principal Securities. Staatsleningen kunnen worden onderverdeeld in kleinere, vrij verhandelbare delen die STRIPS worden genoemd. Door het strippen van een staatslening wordt de verhandelbaarheid ervan groter.

Stuk

Een andere benaming voor een aandeel of een obligatie.

S.W.I.F.T.

De in Brussel gevestigde overkoepelende organisatie die protocollen opstelt voor het internationale financiële (data)verkeer. Het meeste internationale interbancaire betalingsverkeer verloopt via de protocollen van S.W.I.F.T. De afkorting S.W.I.F.T. staat voor Society of Worlwide Interbank Financial Telecommunication.

Symbool

Optiebeurs: de lettercombinatie die staat voor een bepaald fonds, eigenlijk een soort fondscode. Het symbool van Koninklijke Olie is bijvoorbeeld RD en van Libertel LTEL.

SWITCH

De optiehandel van Euronext Amsterdam wordt ondersteund door het SWITCH-systeem. De uitvoering, verwerking en terugmelding van orders verloopt door SWITCH veel sneller en efficiënter dan in de tijd van de klassieke, geschreven orderbon. Met SWITCH is het op beperkte schaal mogelijk om orders automatisch uit te voeren (SO-eX) of de handel via een beeldschermsegment te laten lopen (voor de contracten FTI en FTI-L).

Syndicaat

Een tijdelijk samenwerkingsverband van twee of meer handelsbanken bij een introductie of een vervolgemissie. Een van de deelnemende syndicaatsleden treedt op als syndicaatsleider of lead-manager. Een syndicaat wordt ook wel een consortium genoemd

NAAR BOVENterug naar boven

T+3

Transactiedatum plus drie dagen. Dit betekent dat drie dagen na de transactie de effecten worden geleverd en afgerekend.

Talon

Het deel van de coupon van een aandeel of obligatie dat bij inwisseling recht geeft op nieuwe dividendbewijzen, uitkeringsbewijzen of coupons.

Technische analyse

Een methode waarbij met behulp van koersgrafieken en rekenmodellen wordt getracht een trend op de beurs te voorspellen. Er wordt vooral gekeken naar de verhouding tussen kopers en verkopers. In feiten tracht men met technische analyse het (massa)gedrag van de beleggers te doorgronden om daaruit de mogelijke richting van de markt te voorspellen.

Tegenpartijrisico

Het risico dat een tegenpartij bij een beurstransactie niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Afwikkeling van transacties via een clearingorganisatie sluit dit risico voor de belegger volledig uit. Alle op de markten van Euronext Amsterdam uitgevoerde transacties worden afgewikkeld en gegarandeerd door Euronext Amsterdam Clearing & Depository.

Tenderinschrijving

Een methode om de uitgifteprijs van een nieuw te noteren aandeel of obligatie te bepalen. Er wordt uitgegaan van een minimumprijs en geïnteresseerde beleggers kunnen zelf aangeven tegen welke (bij voorkeur hogere) prijs men een bepaalde hoeveelheid aantal aandelen of obligaties wil afnemen. De prijs waarop de meeste aandelen of obligaties kunnen worden toegewezen is de uiteindelijke uitgifteprijs.

Termijncontract terug

Een verhandelbare overeenkomst tussen twee partijen om een bepaalde onderliggende waarde te kopen of verkopen op een vooraf afgesproken tijdstip in de toekomst tegen betaling van een eveneens overeengekomen prijs. Zowel de koper als de verkoper gaan een verplichting aan, in tegenstelling tot opties waar slechts de schrijver een verplichting aangaat. Een termijncontract wordt ook wel aangeduid met de Engelse term ‘future’.

Time spread

Een combinatieorder waarbij call- of putopties met dezelfde onderliggende waarde en uitoefenprijs, maar met verschillende afloopmaanden worden gekocht en geschreven. De belegger koopt bijvoorbeeld een langlopende calloptie als dekking voor een korter lopende, geschreven calloptie.

Toegelaten instelling

Een rechtspersoon die gerechtigd is te handelen op markten zoals die van Euronext Amsterdam. Hierbij gaat het uitsluitend om professionele partijen zoals banken, commissionairs, Floor Brokers en Market Makers. Alleen met een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten kan men actief worden als toegelaten instelling.

Toelatingseisen

De eisen waaraan een vennootschap moet voldoen voordat een beursnotering kan worden verkregen. Deze eisen hebben onder andere betrekking op eigen vermogen, winstgevendheid, prestaties en de structuur.

Toonbankuitgifte

Het uitgeven van staatsobligaties tegen een dagelijks vast te stellen koers. De uitgifte gaat door totdat voldoende geld is binnengehaald, de duur van de inschrijving is dus afhankelijk van de heersende marktomstandigheden. Toonbankuitgifte van staatsobligaties wordt in Nederland gedaan door de Agent van het Ministerie van Financiën.

Totaalcoupure

Een enkel waardepapier waarop het hele bedrag van een obligatielening staat vermeld, dit in tegenstelling tot de soms vele miljoenen losse, fysieke coupures. Het effectenverkeer verloopt tegenwoordig vrijwel volledig giraal en door het uitgeven van een totaalcoupure kan een belangrijke efficiencyverbetering en kostenbesparing worden gerealiseerd. Het omzetten van losse, fysieke coupures in een totaalcoupure wordt dematerialisatie genoemd. Een totaalcoupure is vergelijkbaar met een global note of verzamelstuk bij aandelen.

Tracker

Een tracker is feitelijk een aandeel op een index. Een tracker volgt nauwkeurig de koersontwikkeling van de index, inclusief de dividenduitkering. Voor een belegger heeft het beleggen in een tracker duidelijke voordelen boven het beleggen in alle losse componenten die tezamen de index vormen. Euronext noteert trackers op de AEX-index, de CAC40, de Eurotop 100 en de Dow Jones Euro STOXX 50.

Trading Floor Official (TFO)

Een medewerker van Euronext Amsterdam die is belast met het toezicht op de handel op de optiebeursvloer in Amsterdam. Anders dan de Order Book Official heeft de Trading Floor Official de hele optiebeursvloer als werkterrein en houdt hij zich niet bezig met het beheer van het orderboek. Een Trading Floor Official speelt een belangrijke rol in het handhaven van het ordelijke karakter en de integriteit van de optiemarkt en is bevoegd om een handelaar die de regels overtreedt te beboeten.

Transactiekosten

De aan- en verkoopkosten die een bank of commissionair aan een klant berekent bij het kopen en verkopen van effecten.

Trend

Als een koers zich gedurende een langere tijd in een bepaalde, duidelijke richting beweegt spreekt men van een trend. Beleggers proberen trends te ontdekken in de verwachting ervan te kunnen profiteren.

Trendlijn

Een lijn op een koersgrafiek die een bepaalde (stijgende of dalende) trend aangeeft. Beleggers gebruiken (historische) trendlijnen om een toekomstig koersverloop te kunnen voorspellen.

Tijd- en verwachtingswaarde

De optiepremie minus de intrinsieke waarde. De hoogte van de tijd- en verwachtingswaarde wordt onder meer bepaald door de resterende looptijd en de beweeglijkheid van de onderliggende waarde.

Tussentijds uitoefenen

Het uitoefenen van een optierecht voordat de optie afloopt. Alleen Amerikaanse stijl-opties kunnen tussentijds worden uitgeoefend. Tussentijds uitoefenen kan interessant zijn voor callopties vlak voordat het onderliggende aandeel ex-dividend gaat.

Type

Een term uit de optiehandel die aangeeft of een optie een call of een put is

NAAR BOVENterug naar boven

Uitbreken

Jargon uit de technische analyse voor het plotseling stijgen van een koers nadat deze geruime tijd nauwelijks van zijn plaats is gekomen

Uitgevende instelling

Een onderneming of overheid die aandelen of obligaties uitgeeft op een openbare kapitaalmarkt zoals de effectenbeurs van Euronext. Uitgevende instellingen worden ook wel emittenten genoemd. Voorbeelden van Nederlandse uitgevende instellingen zijn AKZO Nobel, Elsevier, Hagemeijer, Heineken en de Staat der Nederlanden.

Uitgifteprijs

De prijs waartegen nieuw te introduceren aandelen worden verkocht aan de beleggers die op de emissie hebben ingeschreven.

Uitloten

Door loting wordt bepaald welke obligaties worden afgelost of welke houders een premie krijgen (bij premieobligaties). De uitloting gebeurt onder notarieel toezicht.

Uitoefenen

Het gebruik maken van het kooprecht bij een calloptie en het verkooprecht bij een putoptie. De uitoefening van een optierecht wordt ook wel exercise genoemd.

Uitoefenlimiet

Het maximaal aantal contracten dat de houder van een optierecht per tijdseenheid per klasse mag uitoefenen. De uitoefenlimiet wordt ook wel exercise limit genoemd. Bij overschrijding van de uitoefenlimiet mag de belegger alleen nog maar sluitingstransacties doen totdat de positie weer onder deze, door Euronext vastgestelde, limiet is gekomen.

Uitoefenprijs

De prijs waartegen de koper van een calloptie de onderliggende waarde kan aanschaffen, of waartegen de koper van een putoptie de onderliggende waarde kan verkopen. De uitoefenprijs wordt ook wel strike price genoemd.

NAAR BOVENterug naar boven

Valutaoptie

Een optie met een bepaalde hoeveelheid valuta als onderliggende waarde. Valutaopties met de Amerikaanse dollar als onderliggende waarde worden verhandeld op de optiebeurs van Euronext.

Valutarisico

Het risico dat kan ontstaan bij grensoverschrijdend beleggen doordat de verschillende, lokale munteenheden ten opzichte van elkaar stijgen of dalen. Als een Nederlandse belegger aandelen koopt op de beurs van New York en de dollar daalt fors, dan kan daardoor een deel van de eventuele behaalde winst verdampen of zelfs omslaan in verlies. Sinds de invoering van de euro is het valutarisico tussen de landen in de eurozone verdwenen.

Variation margin

De eventuele koersverschillen van een openstaande futurespositie worden dagelijks verrekend via de zogenaamde variation margin.

Varkenstermijncontract

Een termijncontract met een onderliggende waarde van 10.000 kilogram varkens dat wordt verhandeld op de agrarische termijnmarkt van Euronext.

Vast

Beursterm voor stijgende koersen.

Verdeeld

Beursterm voor een markt zonder duidelijke richting: sommige koersen zijn hoger, andere lager.

Vermogensbeheer

Ander woord voor portefeuille of effectenbeheer

Vermogenstitel

De verzamelnaam voor een product dat een bepaald soort vermogen vertegenwoordigt zoals een aandeel, obligatie, optie, financiële future, agrarisch termijncontract, warrant of een tracker. Vermogenstitels zijn meestal via een effecten- of optiebeurs verhandelbaar.

Vervaldatum

De datum waarop een obligatie betaalbaar wordt gesteld ofwel waarop de houder van de obligatie de nominale waarde krijgt uitgekeerd.

Verwatering

De daling van de waarde van een effect doordat er nieuwe effecten tegen de bestaande beurskoers of zelfs daaronder worden uitgegeven. Als er bijvoorbeeld een miljoen aandelen uitstaan bij een beurskoers van 50, en er worden nog eens een miljoen aandelen uitgegeven, dan daalt de beurskeurs per definitie tot 25, tenzij er bijvoorbeeld claims worden uitgegeven.

Verzamelcoupures

Effecten met een geringe nominale waarde kunnen worden gebundeld tot een verzamelcoupure. Hierdoor wordt het aantal in omloop zijnde stukken gereduceerd.

Verzamelstuk

De Nederlandse naam voor een global note. Een verzamelstuk is een enkel waardepapier waarop het gehele genoteerde aandelen- of obligatiekapitaal van een onderneming staat vermeld. Dit in tegenstelling tot de soms vele miljoenen losse stukken van het klassieke aandeel of obligatie. Het effectenverkeer verloopt tegenwoordig vrijwel volledig giraal en het gebruik van global notes biedt grote efficiëntie- en kostenvoordelen. Het fysieke stuk zal daarom in de nabije toekomst volledig uit het effectenverkeer verdwijnen. Het omzetten van fysieke stukken naar een verzamelstuk wordt dematerialisatie genoemd. Bij obligaties spreekt men ook wel van een totaalcoupure.

Volatility

Engels voor beweeglijkheid of volatiliteit. Met het begrip volatility wordt de beweeglijkheid van de koers van een effect aangeduid. Een hoge volatility betekent dat de koers van een fonds sterk stijgt en daalt binnen een relatief korte periode. Volatility is mede een indicator voor het risico dat een belegger loopt met een bepaald fonds. Volatility is een belangrijke factor bij de waardebepaling van een optie.

Voorkennis

Het beschikken over koersgevoelige informatie (bijvoorbeeld jaarcijfers) voordat deze publiekelijk bekend is. Handelen met voorkennis of voorwetenschap is een economisch delict en dus strafbaar.

Voorkeursrecht

Een verhandelbaar recht voor bestaande aandeelhouders bij uitgifte van nieuwe aandelen. Houders van een voorkeursrecht of claim hebben voorrang bij de toewijzing van de nieuwe aandelen.

Voorlopig prospectus

Als bij een aanstaande beursnotering de prijs en de hoeveelheid van de uit te geven aandelen nog niet bekend zijn, kan de uitgevende instelling een voorlopig prospectus publiceren. Later volgt hierop een supplement met vermelding van de uitgifteprijs en de hoeveelheid uit te geven aandelen. Een voorlopig prospectus wordt ook wel ‘pink herring’ genoemd.

Vriendelijk

Beursterm voor hogere koersen.

NAAR BOVENterug naar boven

Waarborgsom

Het bedrag dat bij het aangaan van een agrarisch termijncontract als zekerheid moet worden gestort. Zowel de koper als de verkoper van een termijncontract storten een waarborgsom ter afdekking van de risico’s.

Warrant

Een effect dat gedurende een bepaalde periode het recht geeft om een bepaald aantal aandelen tegen een bepaalde, vastgestelde koers te verwerven. Warrants lijken enigszins op opties maar worden uitgegeven door banken. Ook zijn de contractspecificaties niet gestandaardiseerd zoals bij opties wel het geval is. Een belegger kan niet short gaan in warrants, alleen de uitgevende instelling neemt met de uitgifte van de warrants een short positie in. Warrants hebben veelal betrekking op een index of een economische sector, bijvoorbeeld technologie. Settlement van warrants kan plaatsvinden via contante afrekening (cash settlement) of via fysieke levering van de onderliggende waarde.

Warrantlening

Een obligatielening waarbij de houder naast rente ook een uitkering in de vorm van warrants ontvangt. Warrantleningen worden uitsluitend door ondernemingen uitgegeven.

Wet melding zeggenschap (Wmz)

In deze wet is vastgelegd dat een aandeelhouder die een bepaald percentage aandelen overschrijdt, zowel naar boven als naar beneden, daarvan melding moet maken bij de Autoriteit Financiële Markten. Deze percentages zijn: 5, 10, 25, 50 en 66,6. De Wet melding zeggenschap heeft tot doel het aandelenbezit in beursgenoteerde ondernemingen beter zichtbaar te maken voor de belegger.

Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995)

In deze wet is het toezicht op de effectenhandel in Nederland vastgelegd. Dit toezicht wordt uitgeoefend door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De AFM is door de Minister van Financiën aangewezen als toezichthouder voor de effectenhandel.

Wholesale

Engelse term voor groothandel. Op de effectenbeurs van Euronext Amsterdam wordt een onderscheid gemaakt tussen retail- en wholesalehandel. Als wholesale gelden effectentransacties boven een bepaald volume. De volumegrens (of wholesalegrens) kan per fonds verschillen. De wholesale grens van bijvoorbeeld Philips is 15.000 aandelen.

Willig

Beursterm voor flink stijgende koersen.

Windhandel

Jargon voor zeer speculatieve handel tegen prijzen die volgens deskundigen geen enkele reële basis hebben. Soms wordt met windhandel ook wel in de wind gaan , ofwel short gaan ofwel à la baisse bedoeld.

Window dressing

Engelse term voor schuiven in een balans , winst - of verliesrekening of een beleggingsportefeuille met als doel kwartaal-, halfjaar- of jaarresultaten er zo mooi mogelijk te laten uitzien. In het Nederlands ook wel oppoetsen of flatteren genoemd.

Winstbewijzen

Winstbewijzen geven aan de houders ervan recht op een deel van de winst van een onderneming, maar ze krijgen geen stemrecht zoals aandeelhouders.

Winstdelende obligaties

Winstdelende obligaties laten de houder ervan meedelen in de (eventuele) winst van de uitgevende onderneming. Dit is enigszins vergelijkbaar met een dividenduitkering bij aandelen. De winstdeling komt boven op de vaste couponrente op de obligatie. Winstdelende obligaties worden uitsluitend uitgegeven door ondernemingen en veelal is de van het bedrijfsresultaat afhankelijke winstdeling gekoppeld aan de dividenduitkering aan de aandeelhouders.

Winst nemen

Het verkopen van effecten met als doel het verzilveren van de opgetreden koerswinst.

NAAR BOVENterug naar boven

Xetra

Het elektronische handelssysteem van de beurs in Frankfurt, Duitsland, dat de opvolger is van het elektronische handelssysteem Ibis

NAAR BOVENterug naar boven

Yield

Engelse term voor het rendement op effecten.

Yield-curve

Een rentecurve die de verhouding aangeeft tussen de korte en de lange rente. Een stijgende curve betekent dat de korte rente lager is dan de lange rente. Een dalende curve geeft aan dat de lange rente lager is dan de korte rente. In het laatste geval spreekt men van een inverse rentestructuur.

NAAR BOVENterug naar boven

Zeer flauw

Beursterm voor sterk dalende koersen.

Zeer vast

Beursterm voor sterk stijgende koersen.

Zero bond

Obligaties die onder de nominale waarde worden uitgegeven en geen rente uitkeren. Op de aflossingsdatum wordt de nominale waarde uitgekeerd, het verschil tussen uitgifteprijs en nominale waarde is het rendement. Zero bonds worden ook wel nulcouponobligaties genoemd.

Zwart geld

Geld dat is verdiend met werken of uit vermogen komt en dat niet als zodanig is opgegeven aan de Belastingdienst


 



 

.